‘Alles wat gewoon was, was er niet meer’

11/02/2015 Francisca Kramer Julie Blik

Differend, afscheid, uitvaart, Mylou Frencken, Rouwrevue

Mylou Frencken (48) was getrouwd met cabaretier Bert Klunder. In 2006 overleed hij aan een hersenbloeding. Ze schreef er columns over in Esta en staat nu op de planken met De Rouwrevue.

“Een maand na zijn dood werd ik al verliefd. Een vlucht natuurlijk – zo voorkwam ik misschien dat ik instortte. En je wilt leven! Juist als je zo met de dood in aanraking bent gekomen.

Natuurlijk lukte die relatie niet. Dood, verliefdheid, alles liep door elkaar. Alles wat gewoon was, was er niet meer. En ’s avonds kom je dan toch terug in een koud en donker huis.

Een paar maanden na Berts dood heb ik ons huis verkocht en ben van Alkmaar teruggegaan naar Haarlem waar ik vandaan kom en waar mijn familie woont. Naast de verhuizing zorgde ik ook voor grote projecten, zodat ik steeds iets aan mijn hoofd had. Na een maand of drie had ik wel door dat ik iets niet deed. Rouwen.

Goeie zet

Voor het tijdschrift Esta mocht ik columns schrijven over het leven als jonge weduwe met een dochter van tien. Een hele goeie zet. Het dwong mij te gaan zitten en te voelen. De columns zijn een belangrijk onderdeel van mijn rouwproces geweest. Tegelijk vond ik het ook lastig om me zo met het weduwschap te vereenzelvigen. Opeens was ik die vrouw met dat verlies. Daar werd ik ook wel eens moe van. Ik had geen zin om er steeds maar over te praten, dat kon ik ook helemaal niet. Het kost zoveel energie om jezelf steeds maar te openen. Ik heb moeten leren daar mijn grenzen in te vinden en te bewaken.

Het echte missen van Bert kwam pas later. Druppelsgewijs kwam het binnen. Ik denk dat het verlate missen ook te maken had met de fase waarin ik mij in onze relatie bevond op het moment dat Bert doodging. Mijn thema van dat moment was losmaken. Niet van de relatie, wel van de patronen die waren ingesleten en die mij beperkten. Die strijd speelde al een tijdje waardoor zijn dood naast heel verdrietig ook een bevrijding was. De strijd was opeens opgelost. Maar was dat leuk? Nee, natuurlijk niet.

Differend, afscheid, uitvaart, Mylou Frencken, Rouwrevue

‘Of ik het nou wil of niet, de dood speelt een rol in mijn leven’

Mylou Frencken

Weer viel ik na die eerste relatie na Berts dood op een totaal andere man. Op zoek naar gevoelens die ik lange tijd niet had gehad. Het lukte wéér niet. Het was twee jaar na Berts dood en weer was er een relatie uit. Niet zo heel gek, want de man in kwestie was pas gescheiden – what was I thinking! – maar wat voelde ik me toen alleen. Ik ging in therapie en dat was heel goed. Het liet me heel veel zien van wat ik met Bert had en wat mijn eigen rol in onze relatie was geweest. Door me steeds weer te laten leiden door wat Bert belangrijk vond, leverde ik in. En pas toen, nadat ik onder ogen zag wat mijn eigen aandeel in die relatie was geweest, kon het verwerken beginnen, terwijl het missen gewoon doorging.

Rouw op je dak

Nee, ik las niks over rouwverwerking. ‘Ik doe het zelf wel’, dacht ik. Luisterde sowieso niet naar anderen. Het enige boek wat ik las, was dat van Jos Brink, Rouw op je dak. En zoals ik al zei, ik werd er ook wel erg moe van, al dat praten erover. Godzijdank had ik mijn familie. Zij vingen mij en vooral ook mijn dochter op, ook als ik moest werken. Je hebt elkaar echt nodig in zo’n periode.

Inmiddels is het acht jaar geleden dat Bert overleed. En ondanks dat het nu heel goed met mij gaat, denk ik nog altijd: ‘Wat zou Bert hiervan vinden.’ En: ‘Wat jammer dat hij dit niet kan meemaken.’ Zijn afscheid was destijds in theater De Vest in Alkmaar. Bert was een bekende Alkmaarder en sowieso in de theaterwereld. Samen met zijn impresariaat hebben we zijn afscheid vormgegeven. Zijn kist stond op het toneel en er waren optredens van Maarten van Roozendaal, Brigitte Kaandorp en Tineke Schoenmaker, zijn beste vriendin. Zelf zong ik ook. Ja, dat kon ik. Door mijn werk kan ik op de momenten dat het moet een professionele distantie inbouwen. Maar laatst zag ik de beelden terug en werd toen zo verdrietig. Als ik er nu aan terugdenk, denk ik niet dat ik nu nog zo veerkrachtig zou kunnen zijn.

Op Westerveld in Driehuis is Bert gecremeerd. De bijeenkomst daar was kleiner, intiemer. Zijn moeder sprak en Kees Prins en Diederik van Vleuten.

Twee jaar later zat ik daar weer, in diezelfde zaal. Dit keer om afscheid te nemen van mijn vader. Hij was in zijn slaap overleden, 74 jaar. Natuurlijk was ook zijn dood groot, maar daar had ik sneller vrede mee.

De Rouwrevue

Of ik het nou wil of niet, de dood speelt een rol in mijn leven. Daarom heb ik met Pieter Tiddens de voorstelling De Rouwrevue gemaakt. Pieter ken ik nog via Bert. We moesten eens beiden optreden op de Uitmarkt en zijn toen vrienden geworden. Hij is kindercabaretier en regisseur en heeft mijn laatste twee solovoorstellingen geregisseerd. De Rouwrevue bestaat uit situaties en gesprekjes bij de dood, liedjes en ook uit monologen en interactie met het publiek. Mensen die de voorstelling bezoeken mogen in de pauze briefjes in een doos doen met daarop geschreven om wie zij rouwen. Die briefjes lezen we voor. Dat is soms heel intiem.

Bijna twee jaar ben ik nu samen met Frénk van der Linden. Hij is journalist en wat we delen is de interesse in mensen en hoe ze in elkaar zitten. Dat vinden we allebei heerlijk. Ik geniet van zijn energie. Hij vliegt van hot naar her en houdt van veel prikkels. Hij is een heel zachte man, terwijl ik dacht dat hij vooral een gelijkhebber was. Na al die moeilijke types die ik na Berts dood had, is het heerlijk om nu een relatie te hebben met een stabiele en opbouwende man.”