Een fijne dag

07/05/2015 Francisca Kramer Julie Blik

Differend, afscheid, uitvaart, Corina Ponsen, Jeroen Ponsen

‘Het is zoals het is.’ Dat waren Jeroens gevleugelde woorden en is nu ook de titel van het boekje met e-mails van hem en zijn collega’s bij De Nederlandse Bank, waar hij tot zijn fatale diagnose werkte. Jeroen stierf op 26 november 2014. Hij werd 53 jaar.

Het is 2012. Het valt Jeroen op dat zijn ene been wat steviger is dan de andere. Hij besteedt er weinig aandacht aan, maar zijn vrouw Corina vindt het vreemd. “Hij fietste, en dan belast je toch echt allebei de benen evenveel.”

Als Jeroen een tijdje later voor een wratje naar de dokter gaat, zegt zij als hij de deur uitstapt: ‘Laat meteen even dat been zien’. De huisarts is niet gealarmeerd en zegt: ‘Kom maar terug als je last hebt.’ Maar als Jeroen vervolgens een raar hoestje ontwikkelt en bloed ophoest, belt Corina toch weer de huisarts. Nog even denkt ze: ‘zou er een adertje zijn gesprongen?’ of: ‘Komt het door zijn Otrivin-verslaving’? Als Jeroen een foto moet laten maken van zijn longen en een uur na thuiskomst de dokter al belt, weet ze dat het niet goed is. Jeroens longen zitten vol uitzaaiingen.

Hij had niks gemerkt. Jeroen is een beer van een vent die sowieso nooit klaagt. Corina gaat meteen speuren op internet en als verpleegkundige en ok-assistent legt ze al gauw de link met Jeroens been. “Toen er een echo gemaakt werd, moest ik mezelf echt vasthouden om niet door m’n benen te zakken. Ik zag het meteen. Een grote witte vlek op een plek waar je niks kunt…” Ook Jeroens buikholte blijkt vol uitzaaiingen.

Dat is het moment waarop het boekje begint met e-mails, dat zijn collega’s hebben laten drukken. Op 8 augustus 2012 schrijft Jeroen: ‘Ik heb de scan van mjin lijf gezien en ik geloof dat alleen mijn botten en lever nog schoon zijn. Het is duiderlijk: game over. Hoe lang ik nog heb weten de artsen niet. De kerst ga ik niet halen.’

Prognose

In het Antonie van Leeuwenhoekziekenhuis wil Jeroen per se weten waar hij aan toe is, een prognose. Hij moet hen bijna het mes op de keel zetten, maar dan krijgt hij ook een prognose. Drie tot zes maanden, zo schatten de artsen in. Jeroen begint meteen te regelen en stapt een week later met vrouw en kinderen op het vliegtuig naar Gran Canaria voor een tiendaagse vakantie. ‘Ik ben continu aan het afscheid nemen daar heb ik het moeilijk mee’, schrijft hij aan zijn collega Ellen. ‘Er vloeien veel tranen. Mijn kinderen willen er niet over praten en denken dat uiteindelijk alles goed komt. Begrijpelijk maar ook moeilijk. Ik wil ze toch voorbereiden op de tijd die komen gaat en dat is me tot op heden niet gelukt.’

Alhoewel Jeroen in het beginstadium van zijn ziekte schrijft dat hij geen levensverlengende toestanden wil, gaat hij toch voor een chemokuur. Zijn twee jongens zitten in hun eindexamenjaar en die moeten slagen. Jeroen heeft haast. Het huis moet geschilderd, het dak vernieuwd, de auto een grote beurt en af en toe bemoeit hij zich nog tegen een project aan bij de bank. Hij is verbaasd over de vele mails en telefoontjes die hij krijgt. Waar hij altijd werk en privé strikt gescheiden heeft gehouden, komen zijn collega’s nu trouw bij hem over de vloer. Ook met zijn moeder, net weduwe, en zijn broer wordt het contact intens. Elke week eten ze bij Jeroen en Corina. Ondertussen gaat het mailen door. ‘Mocht je last krijgen van een depressie, ga een half uurtje door het AvL wandelen’, schrijft hij. ‘Je dankt God op je blote knieën dat je gezond deze instelling kunt verlaten, en al je zorgen zijn verdwenen. Je kunt de wereld weer aan.’

Rust

Jeroen laat de artsen versteld staan. De drie maanden worden een half jaar, een jaar en uiteindelijk twee jaar. Euthanasie had hij de eerste week na zijn doodsvonnis al geregeld. Corina: “Het was duidelijk dat het niet meer lang zou duren. Jeroen was steeds benauwder geworden, lag voornamelijk te slapen. Hij was ook bang om te stikken. Hij wilde gaan, het was genoeg geweest. Toen hij het gesprek met de huisarts aanging, zei hij: ‘Stel dat je het op 26 november zou doen, dan gaat er het volgende gebeuren…’ Jeroen had meteen de knoop doorgehakt en het werd dus ook 26 november. Dat was wel even erg heftig voor mij. De scanarts kwam en terwijl Jeroen nog even bang was dat ze het niet zou goedkeuren, twijfelde ze geen moment. Vanaf dat moment trad er een enorme rust in.”

Differend, afscheid, uitvaart, Corina Ponsen, Jeroen Ponsen

‘Ik vond het fijn dat Jeroen in zijn kracht het leven los kon laten, dat gunde ik hem’

Corina Ponsen

Een paar dagen voor zijn overlijden, blijkt Jeroen weer wat sterker. Corina: “Opeens stond hij achter me, dat was ik helemaal niet meer gewend. Hij wilde zijn mail checken… Hij wilde toen ook naar beneden, maar was bang dat hij dan niet meer in staat zou zijn naar boven te komen. ‘Desnoods draag ik je’, had zijn goede vriend Rob gezegd.” En dus zit Jeroen daar opeens weer, in zijn stoel voor het raam.

En dan breekt de laatste dag aan. Corina: “Je kijkt elkaar aan en beseft dat het einde gekomen is. Alles was gezegd. We zaten in elkaar, onder elkaars huid.” Als Corina later beneden naast hem zit, schuift hij zijn trouwring om haar vinger. Dan rommelt hij nog wat in zijn laatje, checkt zijn e-mail en zegt: “Weet je wat ik nog zo graag zou willen?”

Jeroen wil naar het strand. Dus daar gaan ze, Jeroen en Corina met hun twee zoons, Jeroens moeder, zijn broer, zijn beste vriend en Corina’s twee zussen… Lunchen bij Tijn Akersloot in Zandvoort. Corina: “Hoe raar het misschien ook klinkt: we hadden het erg gezellig.” Een voorbijganger die het gezelschap fotografeert, zegt nietsvermoedend als hij de camera teruggeeft: “Nog een fijne dag!”

Als die avond Jeroen inslaapt, zijn al zijn geliefden bij hem. Voor Corina heeft Jeroen haar zussen Trudy en Yvonne geregeld. Voor haar, om haar bij te staan. Zoals hij op zijn laatste dag ook nog even achter de computer was gaan zitten om alvast haar weduwepensioen aan te vragen. Wat niet helemaal lukte, omdat daarvoor toch echt een overlijdensakte overlegd moet worden.

Dat Jeroen een onuitwisbare indruk op zijn collega’s bij de bank heeft gemaakt, wordt duidelijk tijdens zijn afscheid op Westerveld in Driehuis. Samen met Mark van Leeuwen heeft Jeroen zijn afscheid geregisseerd en bepaald wie er over hem mogen spreken. Posthuum introduceert hij ze zelf via Mark en legt uit welke rol de sprekers in zijn leven hebben gespeeld. Zijn vrouw Corina natuurlijk, en daarnaast managers die goede vrienden zijn geworden tijdens de zakenreizen naar Oekraïne en die hem tijdens zijn ziekte zo trouw hebben bezocht. Het is aandoenlijk om mannen in krijtstreeppak te zien breken als ze vertellen over Jeroens directheid, zijn nuchterheid, de onomwonden manier waarop hij de dingen kon zeggen. Zijn zoons hebben een rap gemaakt die op een film wordt vertoond.

Intiem

Vier maanden later probeert Corina te wennen aan het nieuwe leven zonder Jeroen. Vanaf de vele foto’s kijkt Jeroen de kamer in. “Hij ziet het zelfs als ik naar de wc ben”, zegt zoon Nino, die het af en toe aanvliegt. “Vaak droom ik van zijn laatste dag, dat hij er dan opeens niet meer is”, zegt hij.

De dag na het interview gaat de boot na de winterstop weer het water in. Een moeilijk, maar ook een mooi moment. Jeroen hield zo van varen en samen met Corina en de jongens heeft hij ettelijke uren op het water doorgebracht. “Jeroen wilde graag dat de boot in de familie blijft”, vertelt Corina. “De jongens doen het onderhoud, zijn broer Roland de zware klussen en zijn moeder betaalt het havengeld.” Zodra het weer het toelaat, stappen ze aan boord van de 4ever, de naam die werd bedacht een halfjaar nadat bij Jeroen de fatale diagnose was gesteld.

Corina is vaak verdrietig, maar ook dankbaar dat de twee jaren van Jeroens ziekte hen zo dicht bij elkaar hebben gebracht. “Vaak zie je dat mensen in de laatste fase hun geliefden van zich afduwen. Ik was daar zo bang voor… Gelukkig heeft Jeroen dat nooit gedaan.” De laatste twee weken van zijn leven werd Jeroen afhankelijk. Zichzelf afdrogen lukte niet meer. “We hebben er nooit woorden aan vuil gemaakt. Het was gewoon zo. Maar ik vond het fijn dat Jeroen in zijn kracht het leven los kon laten, dat gunde ik hem.”

Corina is ook dankbaar dat alles is besproken. “De laatste week was heel intiem, we waren echt met z’n vieren.” Het huis is nu leeg, zonder de grote Jeroen. “Er zijn dagen bij dat ik liever in bed blijf liggen”, zegt Corina. “Maar ik weet hoe dat komt, het hoort erbij.” Wat hen helpt is de energie van Jeroen. “Hij omarmt ons. We voelen zijn energie, zijn kracht en zijn geloof in ons. En zijn liefde.”