‘Emma voelde het allemaal haarfijn aan, zo klein als ze was’

11/11/2014 Francisca Kramer Julie Blik

Differend, afscheid, uitvaart, Myne van Wychen, Jij redt het wel

Hoe doe je dat: overleven als het leven je een loer draait? Ruim tien jaar nadat haar man overleed aan kanker en Mine van Wychen achterbleef met hun dochtertje van twee, kwam haar boek uit: Jij redt het wel. Differend sprak met haar. “Ik ben blootsvoets naar Siberië gelopen en terug.”

“Ik was zwanger. Eindelijk, en volkomen onverwacht. Na zeven miskramen was wel duidelijk dat we het onszelf niet meer moesten aandoen om nog te proberen een kindje te krijgen. Zwanger worden was geen punt, de zwangerschap vasthouden wel. Elke zwangerschap mondde uit in een teleurstelling. Tot die ene keer. Dat ik weer zwanger zou worden, was niet de bedoeling; we wisten immers wat er stond te gebeuren. Maar in de eerste maand volgde geen miskraam en in de tweede maand ook niet.

Na drie maanden durfden we voorzichtig te hopen dat het dit keer misschien wél zou gaan lukken: een baby! We konden het amper geloven. Het leven lachte ons opeens toe. Henk had als meubelmaker een eigen bedrijf dat goed liep, ik had als communicatietrainer en adviseur veel opdrachten. We hadden geld gespaard om een huis te kopen en het idee was dat ik straks met ons kindje lekker zou gaan moederen. Na jarenlang hard werken en al die miskramen, verheugde ik me op het ‘nestzitten’.

Wedstrijdje

Op de verjaardag van een vriendin zag ik opeens dat het niet goed was. Henk zat al een tijd niet lekker in zijn vel en klaagde over vermoeidheid en pijn bij het plassen. Maar ik was vooral gefocust op ons pasgeboren dochtertje en dacht dat het wel weer over zou gaan. Mijn vriendin en Henk deden altijd een wedstrijdje wie het eerste bruin was – ze verkleurden allebei snel. Op haar verjaardag zaten ze naast elkaar op de bank. Henk kwam in de verste verte niet bij mijn vriendin in de buurt; hij was bleek. Instinctief wist ik toen: dit is helemaal mis. In juni werden er al onderzoeken verricht in het ziekenhuis en op zijn verjaardag kwam de verpletterende uitslag. Een paar weken later kwam de verpletterende uitslag. Henk had een tumor in zijn blaas; zonder directe behandeling zou Henk nog maar een paar maanden te leven hebben.

Onze eerste reactie was: dit kan niet, we hebben net een kind! Henk ging volledig in de ontkenning. Maar door de blik van de oncoloog, die mijn ogen lang en indringend vasthield, wist ik hoe ernstig het was.

In plaats van vier maanden, leefde Henk nog anderhalf jaar. Hij was ijzersterk en totaal niet van plan om toe te geven aan de dood. Emma was zijn grootste trots. Vier handen op een buik waren ze.

Vanaf het moment dat we wisten dat Henk ziek was, ben ik in de overleefstand gegaan. Er waren momenten dat ik links een huilende baby had en rechts een man die kermde van de pijn. Of een gillend kind boven en een man die van ellende over de vloer kroop beneden. Aan wie gaf ik als eerste aandacht? Helaas hadden we weinig hulp. Onze families wonen niet in de buurt en niet iedereen kon even goed omgaan met de stress. Daarbij wilde Henk ook niemand aan zijn lijf.

Wasserette

Emma was nog net geen twee toen Henk overleed. Die laatste fase was afschuwelijk. Eerst was ons huis anderhalf jaar een wasserette geweest vanwege zijn chemotherapie. Alles waar Henk mee in aanraking was geweest, moest eerst koud worden voorgespoeld en daarna apart gewassen vanwege het gif in zijn lijf. Er was zelfs nog sprake van dat Emma uit huis moest worden geplaatst, maar dat heb ik geweigerd. Henk was in die tijd een soort junk met manische periodes. Achteraf kwam dat door de medicatie, maar omdat je een stervende graag tegemoet wilt komen, doe je dingen die je anders niet zou doen.

We zijn veel geld verloren door zijn impulsieve aankopen en zijn wil om alles te proberen, tot aan de vreemdste alternatieve therapieën aan toe. En omdat Henk geen inkomen meer had, heb ik al mijn spaargeld moeten gebruiken. Tot een maand voor zijn sterven ontkende hij dat hij dood zou gaan. Maar op een gegeven moment ging de tumor van zijn blaas naar zijn ruggenmerg en hersenvlies en dan valt er weinig meer te ontkennen. De oncoloog had aangegeven dat wanneer de tumor het hersenvlies zou bereiken, Henk onmiddellijk onder zeil gebracht zou worden, omdat hij anders letterlijk krankzinnig zou worden van de pijn. Nee, euthanasie was niet aan de orde. Henk wilde daar niet over praten, hij ging immers niet dood?

Differend, afscheid, uitvaart, Myne van Wychen

‘Op zijn crematie was er weer ruimte om Henk te eren als de mens die hij was vóór zijn ziekte. Ik kon weer denken aan de prachtige man’

Mine van Wychen

Als partner moet je enorm sterk in je schoenen staan. Als iemand zo ziek is, ontvang je geen liefde meer. Je bent alleen maar aan het geven en er komt niks terug. En degene die je verzorgt is ook niet de man tegen wie je ja hebt gezegd. Dat maakt het extreem zwaar. In films zie je dat nooit, daarin worden stervensprocessen vaak geromantiseerd. Het moeilijke deel duurt hooguit drie minuten en dan ruik je de kots niet eens. Als partner wil je wel graag zacht en lief zijn, maar de realiteit haalt je in. Intsensief verzorgen kost ontzettend veel energie. Het is lichamelijk en psychisch uitputtend. Dat is de reden waarom hospices zo vol zitten.

Op mijn verjaardag, op 2 mei, hebben we Henk naar het ziekenhuis gebracht. De tumor had zijn hersenvlies bereikt en daar is geen medicatie tegenop gewassen. Het duurde een tijd voor de morfine Henk had verdoofd. Hij sloeg zo wild om zich heen dat hij aan bed moest worden vastgebonden omdat hij anders het infuus eruit zou trekken. Emma voelde het allemaal haarfijn aan, zo klein als ze was. Op het logeeradres krijste ze de boel bij elkaar en was ze niet te houden. Ze wilde maar een ding en dat was bij mij zijn. Ik was als de dood dat ze binnen zou komen terwijl wij met man en macht bezig waren Henk onder controle te houden. Het was een grote chaos. Ik word er ontzettend verdrietig van als ik daaraan terugdenk. Wat had ik graag wat meer begeleiding gehad. Geen mooie praatjes of inzichtenfolders, maar échte begeleiding. Overigens waren de verpleegkundigen hun gewicht in goud waard.

Door palliatieve sedatie is Henk langzaam maar zeker de dood ingegleden. Op 5 mei 2002 overleed hij.

Leeuwengebrul

Op zijn crematie was er weer ruimte om Henk te eren als de mens die hij was vóór zijn ziekte. Ik kon weer denken aan de prachtige man: fysiek zo sterk als een leeuw en ook zo trots – leeuw was niet voor niets zijn sterrenbeeld. Ik kon weer denken aan zijn grappen, aan hoe hij was als maatje en als minnaar. We deelden stroopwafels uit tijdens de ceremonie, daar was hij dol op, net als krentenbollen. Henk was panisch voor opsluiting en dus was het voor mij duidelijk dat er geen kist moest komen. In Emma’s kamertje is hij opgebaard op een draagbaar, in een mooie Ghanese doek. Zijn vrienden hebben hem binnengedragen terwijl er leeuwengebrul klonk. Zijn afscheid was prachtig, echt voor de Henk die hij was geweest.

Natuurlijk ging het met mij bergafwaarts. Eerst niet hoor, ik ging gewoon door. Ik moest wel. Ik had een kind om voor te zorgen en dat maakt een enorme kracht in je los. Er moest simpelweg brood op de plank komen; al mijn reserves waren in die anderhalf jaar opgegaan. In eerste instantie ging het goed, maar toen brak de crisis uit en veegde het ene na het andere bedrijf alle freelancers de deur uit.

Ik werd steeds bozer, boos op het leven. Alle remmen gingen los. De parkeerwachter die mij een bekeuring uitdeelde, zal mij zijn hele leven niet vergeten. Alle systemen in mij waren overwerkt. En opeens zat ik, ondanks al mijn inspanningen en lovende evaluaties, letterlijk zonder werk. Zo kwetsbaar als ik mij toen voelde, had ik mij nog niet eerder gevoeld. Het was doodeng. En dat uitte zich in een nog groter wordende boosheid en zelfmedelijden. ‘Hoe vaak moet een mens getroffen worden’, dacht ik. Ik was ongelofelijk kwaad op het leven.

Brief aan mezelf

Ik had nog nooit aan acquisitie hoeven doen; uit elke opdracht rolde de volgende voort. Voor het eerst van mijn leven zette ik mij aan een acquisitieplan. Terwijl ik wat zat te rommelen in mijn documenten, vond ik ‘toevallig’ een brief aan mezelf van zeven jaar eerder.

‘Er komt een dag dat ik niet meer ga jagen en rennen’, las ik. ‘Dat ik niet meer vanuit angst en onzekerheid achter werk en geld ga aanrennen. Er komt een dag dat ik dat allemaal achter me laat. Dat ik de liefde voel die me de moed geeft te doen wat ik wil. Ik wil niet meer angstig en onzeker zijn over kansen die ik mogelijk laat liggen. Dat ik de borden loslaat die ik alsmaar draaiende probeer te houden. Dan wil ik oprapen wat bij mij past. Er omt een dag dat het me lukt om vanuit gemak en plezier te leven. Dat én ik wil een boek schrijven.’

Die nacht droomde ik weer over de stier waar ik eerder over droomde. Het was de stier wiens speren ik in een droom uit zijn lijf had getrokken na een gevecht in de arena. Dit keer zaten we onder een boom en keken uit over de heuvels. ‘Jij staat niet in de arena’, sprak de stier. ‘Je kunt er elk moment uitstappen’. Met andere woorden: jij hoeft niet te vechten tot je erbij neervalt.

De volgende dag ben ik begonnen met schrijven. Tot mijn grote verrassing bleek ik dat te kunnen. Natuurlijk, mijn hoofd zei: ‘ben je helemaal gek geworden?’, en ook in mijn omgeving zorgde het voor opgetrokken wenkbrauwen. Want dat paste niet in het plaatje: de ploeterende weduwe die opeens pretendeert een boek te kunnen schrijven.

Maar het mooie was: opeens begonnen de dingen de goede kant op te bewegen. Ik bleek al die tijd recht te hebben gehad op een weduwe-uitkering. Wist ik veel… Uitkeringen aanvragen zat niet in mijn systeem. Dankzij die uitkering kon ik nu overleven en dat boek schrijven. Al snel vond ik een uitgever die vertrouwen in mij had en doodleuk zei: ‘Jij bent een schrijver’.

In februari van dit jaar rolde het boek van de persen. Sindsdien geef ik lezingen en gebruik ik mijn kennis als communicatieadviseur in het bedrijfsleven om mensen te coachen tijdens hun rouwproces. Dat hoeft trouwens niet per se te gaan over een dierbare die ze zijn verloren, het kan ook gaan om het kwijtraken van een baan of omgaan met een scheiding. Alle verlies zorgt voor een rouwproces. Mijn boek gaat natuurlijk over Henk en zijn dood, maar vooral over ontgoocheling en teleurstelling en hoe je de klappen opvangt.

Opstaan en verdergaan

Ik herken al die emoties omdat ik ze zelf heb doorleefd. Ik kijk nergens van op. Met mensen die mijn hulp vragen, ga ik een eind wandelen of we spreken af in de kroeg. Ik vel geen oordeel, maar bied een veilige basis. Ik schrik niet als iemand zegt: ‘Van mij hoeft het allemaal niet meer’. Ik weet hoe dat werkt en ik weet ook dat diegene dan heus niet aan touw hangt de volgende dag. Wat ik wel weet is hoe je weer op kunt staan en verder gaan, zonder jezelf te verliezen.”