Het Laatste Avondmaal

12/08/2015 Francisca Kramer Julie Blik

Differend, afscheid, uitvaart, Els Rosenmöller, Het Laatste Avondmaal

Tweeëntwintig jaar geleden verloor Els Rosenmöller haar dochtertje Suzan van zes maanden. Haar dood inspireerde Els om te gaan werken als rouw- en stervensbegeleider.

“Ze was ons derde kindje en werd geboren met het syndroom van Down, een hart- en een nierafwijking. Het was duidelijk dat ze niet lang zou leven.” Kort na haar geboorte kregen Els en haar man Roland de keuze voorgelegd: behandelen of de natuur zijn gang laten gaan. Els: “Het was een extreem zware beslissing, maar we besloten voor het laatste. Behandelen zou haar niet beter maken, alleen het sterven uitstellen.”

In het VU-ziekenhuis in Amsterdam werd er alles aan gedaan het leven van Suzan zo aangenaam mogelijk te maken. Iedereen bereidde zich voor op haar dood, behalve Els. “Ik besloot met haar te gaan leven, ik wilde niet wachten op haar dood. Bang om me aan haar te hechten was ik niet, want dat was allang gebeurd; ik was hopeloos verliefd. Suzan was een bron van pure en onvoorwaardelijke liefde waar ik ineens middenin zat. Dat was zo fijn, ondanks dat de arts het steeds had over het Zwaard van Damocles.

Ik noemde haar mijn stille kind. Telkens als ze me zag, begon ze te lachen en speelde met haar handjes. Op een dag begon ik voor haar te zingen en opeens reageerde ze met geluidjes. Een onvergetelijk moment.

Je moet voor mij niet blijven

Toen ze vier maanden was, heb ik tegen haar gezegd: ‘je moet voor mij niet blijven’. We waren zo aan elkaar verbonden. We hebben toen allebei ontzettend gehuild en ik geloof dat ze op dat moment afscheid van me heeft genomen. Onze band was enorm spiritueel. Nee, niet anders dan met mijn andere kinderen, maar op de rand van de dood ga je intenser met het leven om.”

Op 22 september namen Els en Roland hun dochtertje uiteindelijk mee naar huis. Els: “We hadden lang geoefend om Suzan de morfinepilletjes te laten slikken en ik was er klaar voor om zo goed mogelijk voor haar te zorgen. Maar een dag later overleed ze al door vocht achter haar longetjes.”

Wat zoveel stellen gebeurt die een kind verliezen, overkwam ook Els en Roland; ze dreven uit elkaar. Els: “Roland wilde doorgaan waar we gebleven waren, maar ik kon dat niet. Ik kon niet zonder die onvoorwaardelijke liefde. Roland had er veel moeite mee mij zo verdrietig te zien en is uiteindelijk drie maanden uit huis gegaan.”

Op wonderbaarlijke wijze kwam het goed. Een jaar na Suzans crematie reed Roland naar de plek waar zijn dochtertje was gecremeerd en liep naar binnen. Aan de geluidstechnicus die daar aanwezig was, vroeg hij of hij ‘Blijf bij mij’ wilde draaien van Paul de Leeuw en Ruth Jacott, het liedje dat ook tijdens Suzans afscheid was gedraaid. Els: “Toen ging hij het voelen. Hij belde me op en zei: ‘Het kan toch niet dat wat in liefde is geboren, nu maakt dat we ontwrichten? Het klopt niet.” Els en Roland besloten toch samen verder te gaan. “We hebben ons eigen pad gekozen. Ik vind het heel moedig dat Roland dat is aangegaan.” Sindsdien spreken ze over het Suzangevoel: ‘thuiskomen bij je hart.’

Sarah

Suzans broertje was zes en haar zusje vier toen Suzan overleed; een gebeurtenis die een onuitwisbaar stempel op het gezin heeft gedrukt. Els: “Emily kan Suzan nog heel erg missen en heeft het dan ook over die onvoorwaardelijke liefde. Suzan is onderdeel van haar leven en ze voelt soms ook dat ze haar helpt.”

Vijf naar na Suzans dood werd Sarah geboren die nu 17 is. “Ze heeft Suzan nooit gekend en ondanks dat dat een gemis is, is haar ook een trauma bespaard gebleven. Ze heeft een heel onbezorgde jeugd gehad.”

Differend, afscheid, uitvaart, Els Rosenmöller, Het Laatste Avondmaal

‘Sterven is echt een overgang en bij Suzan mocht ik een stukje met haar meegaan’

Els Rosenmöller

Het leven en sterven van Suzan heeft Els zo aangeraakt dat ze er ‘iets’ mee wilde. Ze volgde de opleiding voor psychosociale oncologische hulpverlening om te leren kankerpatiënten te begeleiden. “De opleiding gaf me ook de mogelijkheid mezelf te leren kennen en te onderzoeken welke rol rouw in mijn leven speelde. Was stervensbegeleiding misschien een talent van mij of deed ik dit om zelf langer in mijn rouw te kunnen blijven?”

Bij het Nederlands Instituut voor Stervensbegeleiding volgde ze daarna een tweejarige opleiding. “Dat instituut is geschoeid op Boeddhistische leest wat goed aansloot bij mijn eigen ontwikkeling. Ik ben in die periode ook voor het eerst naar Nepal gegaan. Toen ik daar voet aan de grond zette, heb ik zo gehuild. Het was echt thuiskomen.”

Vijf jaar lang werkte Els in een hospice. “Het was mooi om mijn eigen verdriet achter te laten en me te kunnen inzetten voor een ander. Iemand helpen in zijn of haar stervensproces is altijd een samenspel.”

Verbinding vieren

In die periode bedacht Els ook haar dienst Het Laatste Avondmaal. Mensen die weten dat ze niet lang meer zullen leven, gaan dan aan tafel met dierbaren. Om nog iets uit te wisselen, om herinneringen op te halen, om het leven in verbinding met elkaar te vieren, nog een keer te lachen met z’n allen. Els geeft samen met degene die gaat sterven de avond vorm aan de hand van rituelen en symbolen en zorgt voor het eten dat op mooi opgemaakte borden wordt geserveerd. “Nee, ik zit er niet bij, dat vind ik niet passend. Ik stel me dienstbaar op.”

Wat ze heeft met sterven? Els: “Het is zo puur, je bent zo dicht bij elkaar. Sterven is echt een overgang en bij Suzan mocht ik een stukje met haar meegaan. Ik voelde haar de goede kant opgaan en dat was zo mooi. Het was zo licht en fijn waar zij naartoe ging, een totale bevrijding.”

De dood van haar dochtertje is voor Els de meest bijzondere ervaring van haar leven. “Sindsdien ontkom ik niet meer aan geloven in een leven na de dood. Ik geloof dat het leven op een andere manier doorgaat in energie. Ook de ontwikkeling gaat door. Suzans energie is nog net zo puur. Zij kon mij en velen met mij aanraken. Een vriend van ons, een hele rationele man, kon na een ontmoeting met Suzan niet meer op zijn benen staan. Ja, ik geloof ook in reïncarnatie. Niet dat ik denk dat ze volgende week opeens bij de buren rondloopt, maar ik denk wel dat we weer verbonden worden. Na mijn dood zal ze er zijn, maar nu is ze er ook.”

Rituelen

Voor het inloophuis Kennemerland in Santpoort-Noord, begeleidt Els nu mensen die hun partner hebben verloren door kanker. Met een groep van acht nabestaanden komt Els in het inloophuis zes keer bij elkaar. Eens in de twee weken eten partners van overleden kankerpatiënten samen onder begeleiding van Els en een kookvrijwilliger. Els: “Ik geef de rituelen vorm. Dat kan een lege menukaart zijn, als symbool voor hoe het leven er nu uitziet. Het gesprek gaat dan over hoe de deelnemers het leven over vijf jaar voor zich zien en welke ingrediënten daarvoor nodig zijn.”

De bijeenkomsten werken vaak helend, al gaat dat niet altijd makkelijk. Els: “Sommige avonden zijn heel zwaar en niet iedereen is in staat de dood van zijn of haar dierbare een plek te geven.” Els herinnert zich een buschauffeur die de eerste keer bibberend binnenkwam, bang dat hij onderuit zou gaan als hij over zijn verdriet zou praten. Uitgerekend hij werd de trouwste schrijver in het huiswerkschriftje. Ze vertelt ook over degene die de eerste avond woedend werd bij het aansteken van de kaarsen. ‘Ik flikker dat kaarsje de deur uit’, schreeuwde hij. ‘Doe maar’, reageerde Els. “Twaalf weken later, op de laatste avond, lag er buiten voor de deur een door een vogel aangevreten kaarsje. Of het dat kaarsje van de eerste avond was? Wie zal het zeggen. Maar het was wel aanleiding om te kijken naar wat er in die tussentijd was gebeurd.”

Inmiddels heeft Els ook thuis een kamer ingericht voor dergelijke groepen. Natafelen met nabestaanden noemt ze haar dienst. Voor 35 euro per keer komen nabestaanden zeven keer bij elkaar in haar huis in Heemstede. Samen met een rouwtherapeute begeleidt Els deze avonden. Dochter Sarah kookt en om kwart voor acht schuift Els’ man Roland de koffie naar binnen.”

Rouw verzachten

Avonden als deze helpen volgens Els om de rouw te verzachten. “Mensen voelen zich veilig om hun gevoel en hun verhaal te delen. Hoe mensen met diepe rouw kunnen omgaan is te proberen dat wat hen zo aansprak in de overledene te integreren in henzelf.”

“De boeddhisten zeggen: op het moment van je geboorte ben je terminaal. En dus probeer ik heel bewust te leven. Niet dat je geforceerd alles moet gaan doen wat je nog wilt omdat vandaag de laatste dag kan zijn, maar wel steeds de harmonie zoeken. Ik probeer geen dingen te laten liggen.”