‘Het zijn nooit de omstandigheden’

01/11/2015 Francisca Kramer Julie Blik

Differend, afscheid, uitvaart, Willem Cense

In een klassiek huis uit 1896 in Zandvoort woont Willem Cense (73) met zijn vrouw Marian (75). Sinds begin dit jaar weet de gepensioneerd huisarts en ex-directeur van het Rode Kruis dat hij alvleesklierkanker heeft. De prognose is helder: ‘doodgaan’.

Hij zit in de serre, in de stoel waar hij het liefste zit. Mijn huisarts van vroeger. Even flitsen er beelden door mijn hoofd van toen; als hij de zware deur van de spreekkamer achter zich had dichtgetrokken en voor me aan zijn bureau was gaan zitten om te vragen wat er scheelde. Op Brian Ferry leek hij toen, de zanger van Roxy Music. Een lange, imponerende man met een grote artistieke bril en een lok die hij met een kenmerkende zwaai van het hoofd uit zijn ogen zwiepte. Samen met zijn vrouw en twee zoons woonde hij in een huis dat op geen enkele manier op Urk paste. Qua bouwstijl aan de buitenkant niet, qua inhoud met talloze kunstwerken en rijen boeken aan de binnenkant ook niet.

Nog steeds is het eerste dat opvalt de enorme hoeveelheid schilderijen en boeken. Maar dezelfde imponerende man is broos geworden. Nog even bedachtzaam spreekt hij, zorgvuldig zijn woorden kiezend. Wachtend op zijn beurt als zijn vrouw eerst nog iets anders wil vertellen. Nadat ze de tuin heeft laten zien en de benedenverdieping van hun huis, serveert ze thee met chocoladetruffels en Italiaanse amandelkoekjes. Al meer dan vijftig jaar zijn ze samen, vanaf het moment dat Willem klaar was met zijn huisartsenopleiding en Marian verpleegster was in het Amsterdamse Prinsengrachtziekenhuis. De saamhorigheid spreekt bijna vanzelf, de genegenheid en het respect voor elkaar zijn woordeloos merkbaar.

Urk

Het had weinig gescheeld, of ze waren in Huizen terechtgekomen. Alles was al rond, toen op het laatste moment het huis niet doorging. Willem en Marian werd toen aangeraden eens op Urk te kijken, waar plek was voor een derde huisarts. Maar Urk was niet erg populair onder de jonge artsen. Een geïsoleerd dorp met een eigen taal, ver van de randstad. Na het eerste bezoek was Marian in tranen. “We waren op zondag gegaan en ik kreeg zo’n somber beeld, ik zag ons daar niet wonen.”

Toch veranderde dat na een kennismaking met de andere artsen én de burgemeester. Willem: “Over geld praten was destijds taboe in de artsenwereld, maar op Urk zat meteen de boekhouder erbij en nadat mij een mooi contract was aangeboden, kwam de burgemeester zich voorstellen. Het was allemaal zo anders dan ik gewend was…” Ze kregen er lol in en besloten drie maanden waar te nemen en op basis daarvan te besluiten of ze zouden blijven.

Differend, afscheid, uitvaart, Willem Cense

‘In eerste instantie deed ik alsof het niet over mezelf ging. Een psychologisch verdedigingsmechanisme denk ik’

Willem Cense

Het werden 22 jaren. Hun jongste zoon werd er geboren en vooral Marian wortelde in de Urker samenleving. Willem werd naast zijn huisartsenpraktijk actief bij de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG), de koepelorganisatie van alle artsen en artsenorganisaties in Nederland waarvan hij vier jaar landelijk voorzitter was.

Na 22 jaar huisarts te zijn geweest op Urk, werd Willem algemeen directeur van het Nederlandse Rode Kruis. Toen hij dit werk vanwege ziekte niet meer kon uitvoeren, besloot het stel een periode in Afrika te gaan werken. Aan de keukenmuur hangen foto’s van mensen in Kenia waar Marian beeldend over vertelt. Zoals ze ook aanstekelijk kan vertellen over haar tuin en het tuinhuisje waar ooit een vossenhol onder zat en dat nu is ingericht als logeerhuis, vol kinderboeken over vossen, in het Nederlands, Engels en Frans. Als een gedreven museumgids leidt ze het bezoek langs de kunstwerken in het huis; in het roodgeschilderde trappenhuis het kwaad, in de woonkamer, als tegenwicht, het ‘ethisch hoekje’ met onder andere een schilderij van Urker mannenkoor Hallelujah, wachtend op de dirigent.

Doodgaan

Tijdens het vertellen moet Willem na elke paar zinnen hoorbaar op adem komen. Alhoewel hij hoopte dat hij na zijn operatie nog een paar jaar voor de boeg zou hebben, is na de laatste ct-scan duidelijk geworden dat de kanker weer om zich heen grijpt. De tijd die hem rest is beperkt.

Op de vraag wat nu de prognose precies is, zegt Willem laconiek: “Doodgaan.” Hij kijkt erbij als een wiskundeleraar die uitlegt dat één plus één twee is. Wanneer hij het einde kan verwachten, valt niet te zeggen en dat hoeft Willem ook niet te weten. “Als huisarts heb ik me daar gelukkig ook altijd van onthouden.” Liever focust hij zich op de positieve dingen, zoals het weekje Twente, Marians geboortestreek. “Ik verheug me er enorm op”, zegt Willem. Na de operatie, toen hij weer voldoende was hersteld, hebben ze samen een tocht door Nederland gemaakt langs alle plekken die ze nog graag wilden zien. Ze eindigden toen ook in Twente, samen met hun twee zoons, schoondochters en vijf kleinkinderen.

Enkele dagen eerder heeft Willem samen met zijn vrouw en kinderen gepraat over de periode die hen te wachten staat. Waar hij wil sterven (het liefst thuis) en hoe zijn uitvaart zal zijn. Alhoewel Willem zoals hij zelf zegt van de kerk is afgedreven, wil hij toch graag een kerkelijke begrafenis. “Niet per se een hele kerkdienst, maar begrafenissen zonder enige vorm van religiositeit vind ik schraal. Er mag best iets gezegd worden over het leven en de dood.” Binnenkort zal hij een kennismakingsgesprek hebben met een predikant die wellicht de dienst kan leiden.

Hoe dat zal zijn, de dood, daar kan hij zich weinig bij voorstellen, ondanks dat hij er veel over gelezen heeft. “Uiteindelijk is mijn conclusie dat geloven in een leven na de dood een vorm van wishful thinking is, iets om je aan vast te houden, om jezelf te troosten dat het nog niet is afgelopen. Daar geloof ik niet in. Ik denk dan ook niet dat ik straks allemaal bekenden tegenkom, al zou dat natuurlijk wel gezellig zijn.” Op de vraag of hij bang is, kijkt hij bijna verbaasd. “Ik zou niet weten waarvoor.”

Dokter wordt patiënt

De huisarts die op Urk bijna tweeduizend bevallingen deed en zo vaak patiënten moest vertellen dat hun ziekte ongeneeslijk was, is nu zelf patiënt geworden. De kanker werd ontdekt toen Willem, diabetespatiënt, begin 2015 zijn suiker niet meer gereguleerd kreeg. “Als dokter weet je wat dat kan betekenen, maar ik dacht niet meteen het ergste. Ik ging naar mijn eigen huisarts die mijn bloed liet controleren. Daaruit bleek al snel dat mijn alvleesklier niet goed functioneerde.”

Scans wezen uit dat Willem de zo gevreesde pancreaskop-carcinoom had. “De meest gluiperige, agressiefste vorm van kanker”, voegt Willem er aan toe. De prognose is uitermate slecht. Omdat de tumor vaak pas in een vergevorderd stadium wordt ontdekt, komt slechts tien procent in aanmerking voor een operatie. Willem hoorde hierbij, wat hoop gaf, omdat alleen een dergelijke ingreep kans op herstel biedt.

De zogeheten Whipple-operatie die dan volgt, is een extreem zware buikoperatie. Een maand lang lag hij in het AMC, een periode waarin hij misschien wel voor het eerst echt beleefde wat het was om aan de andere kant van de lijn te staan. “In eerste instantie deed ik alsof het niet over mezelf ging. Een psychologisch verdedigingsmechanisme denk ik. Ik had het keurig rationeel op een rijtje. Maar die maand in het ziekenhuis heeft een grote impact op me gehad. Je wereld vernauwt zich, je bent overgeleverd aan het ritme van de verpleging, de buitenwereld bestaat niet meer. Langzaam verdween de lust en interesse in het leven.”

Geen enkele controle

Juist toen Willem weer was hersteld en na een half jaar chemotherapie weer voorzichtig naar de toekomst keek, kwam de slechte uitslag van de ct-scan. Hij overweegt nog of hij een levensverlengende chemokuur zal doen, maar zin heeft hij er eigenlijk niet meer in. “Het zal nog zwaarder worden dan de kuur die ik al heb gehad en hoop op herstel is er toch niet.” Hij doet zijn best betrokken te blijven bij de wereld om hem heen. “Nu mijn conditie minder wordt, besef ik dat dit wel degelijk over mij gaat en dat ik er geen enkele controle over heb. Ik ben onderwerp van het zaakje, maar heb er niks over te zeggen. Dat deprimeert mij wel eens.”

Marian springt in: “Dat moeten we niet hebben, depressie. Wij kijken liever naar wat er wel is en genieten van de mooie dingen.” Willem haast zich om dit te bevestigen. Positief blijven, dat is het devies. Marian: “Iedereen is terminaal, maar Willems horizon is een stuk dichterbij gekomen.”

Over hoe het zal zijn, het leven zonder haar Willem, daar wil Marian liever niet teveel bij stilstaan. “Van de oude Premsela, de eigenaar van de juwelierszaak waar ik na mijn verpleegsterstijd in Amsterdam heb gewerkt, heb ik een wijze les geleerd. ‘Het zijn nooit de omstandigheden, het is altijd de mens’, zei hij vaak. Als een jood die de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog heeft overleefd dat zegt, dan moet het wel waar zijn’, dacht ik. Zo proberen we ook met Willems ziekte om te gaan. Omstandigheden kun je niet altijd veranderen, wel hoe je daarmee omgaat.” Marian heeft de spreuk van haar vroegere baas geborduurd op hun huwelijksdoek. Ook hun trouwtekst uit Romeinen staat erop: ‘Weest onderling eensgezind’, en een spreuk van Confucius: ‘Als ik een groenende twijg in mijn hart bewaar, zal de zangvogel altijd komen.’

Zonder Willem

Ze is een eigenzinnige vrouw, op en top een dame, met gelakte nagels, stijlvol gekapt. Haar honderden boeken over kunst en geschiedenis waar ze graag over vertelt, maken duidelijk dat ze een brede interesse heeft. Het type niet om bij de pakken neer te gaan zitten. Maar ze is fysiek kwetsbaarder. “Afgelopen zomer kreeg ik twee tia’s achter elkaar. Ik ben volledig hersteld, maar ervaar het wel als een signaal dat ik moet oppassen.”

Als ik vertrek, staat ze erop met me mee te lopen naar buiten om aan de overkant van de weg het verkeer tegen te houden terwijl ik de afrit uitrij. Op straat, buiten gehoorsafstand van Willem, zegt ze opeens: “Afschuwelijk lijkt het me, zonder hem. Afschuwelijk. Terwijl ze met haar linkerhand de boord van haar vestje dicht om zich heen trekt om zich te beschermen tegen de kou, schudt ze haar hoofd in ongeloof. “Snap jij dat nou, zo’n mooie man…”

Bij het wegrijden zwaait mijn huisarts me uit bij de voordeur. De wind blaast hard en vlak voor hij zich omdraait om naar binnen te gaan, steekt hij nog even zijn hand op.”

Noot van de redactie:

Willem Cense is op 17 november 2015 overleden.