‘Ik ben niet bang voor de dood’

01/07/2015 Francisca Kramer Julie Blik

Differend, afscheid, uitvaart, Frans Meijer

Op een prachtige voorjaarsochtend zit hij daar, Frans Meijer. In het zonnetje lost hij een kruiswoordpuzzel op, kopje koffie met een stroopwafel erbij. 68 is hij nu. Frans heeft darmkanker en is klaar om te sterven.

De rust die Frans uitstraalt is van een pure schoonheid. De kalmte waarmee hij vertelt over zijn berusting bijna jaloersmakend. Hoe kan dat, als je net nog twee prachtige kleinkinderen hebt gekregen, je een mooi huwelijk hebt en het leven nog zoveel te bieden heeft? Frans lacht ietwat verlegen. “Die rust is er niet altijd geweest hoor…”

Werkzaam als interim-directeur van verschillende gezondheidsinstellingen, kwam Frans in 2004 thuis te zitten. “Het lukte mij niet meer om vervolgopdrachten te krijgen. Het werd duidelijk dat ik alles met mijn hoofd deed en mijn hart in het gootsteenkastje lag. Bij een ander kon ik de emotie prima naar boven krijgen, maar niet bij mezelf. Er was geen gelijkwaardig gesprek meer mogelijk.”

Zes jaar later begonnen de buikklachten. “Ik had geen ontlasting meer en had zoveel pijn dat ik op de eerste hulp belandde. Na een heel traject bleek uiteindelijk dat ik darmkanker had, een carcinoom in de endeldarm.” In een spoedoperatie werd een deel van zijn endeldarm verwijderd. Ook Frans’ lever bleek aangetast en zes weken later werd er een deel van de lever afgezet. Vier maanden later werden er uitzaaiingen in het maag-darmgebied en bij de longen gevonden. Bestralingen of verdere operaties bleken niet mogelijk, alleen chemokuren zouden zijn leven nog enigszins kunnen verlengen. Inmiddels heeft Frans er 34 op zitten en is hij uitbehandeld.

Vijf procent

Dat de kans klein was dat Frans deze ziekte zou overwinnen, was snel duidelijk. “Ik vroeg direct wat mijn levenskansen waren. Onomwonden kreeg ik te horen dat er van de mensen met een dergelijke vorm van kanker na vijf jaar nog slechts vijf procent in leven is. Inmiddels zijn we vierenhalf jaar verder en ik voel dat dit mijn laatste jaar is. Mijn leven loopt op zijn einde.”

Hoe dat is? “Ik ben een gelovig mens, dus dan is het antwoord natuurlijk Psalm 23, De Heer is mijn herder….” Hij is even stil en kijkt uitdagend. “Nou, mooi niet dus”, zegt hij, om vervolgens een sigaret op te steken.

“Ik heb flink geworsteld met mijn geloof. God was in die periode heel ver te zoeken.” De verandering kwam toen Frans een preek hoorde over Psalm 23. “Denk je nou echt dat die schapen vrijwillig door zo’n donker dal gingen?’, zei de dominee. ‘Waar denk je dat de herder was? Voor hen, in het zicht? Nee, natuurlijk niet! De herder liep achteraan en moest die schapen met een stok door dat dal heen timmeren’. Dat beeld, van God de herder achter mij, heeft me heel lang geholpen, het bood een enorme troost.”

Differend, afscheid, uitvaart, Frans Meijer

‘Ik heb een goed leven gehad, met vreugde en ook verdriet’

Frans Meijer

Langzaam maar zeker kwam bij Frans de berusting over zijn vroege levenseinde. “Natuurlijk ben ik verdrietig, nog steeds. Dat ik mijn vrouw Anneke moet achterlaten, mijn kinderen en kleinkinderen. Dat blijft moeilijk. Maar mijn geloof in God zorgt dat ik niet bang ben en dat ik elke morgen oprecht een loflied kan zingen: ‘Dank U voor deze nieuwe morgen.’

Calvinistisch nest

Frans groeide op in een calvinistisch nest in de buurt van Rotterdam, waar het adagium gold: ‘Ledigheid is des duivels oorkussen’ en de morele opdracht dat alle talenten benut moesten worden. Frans: “Dat is het leidmotief van mijn opvoeding en mijn leven en ik ben er blij mee. Ook het sterk hiërarchisch besef dat mijn opvoeding met zich meebracht heb ik als heel opportuun ervaren. Als je je in afhankelijkheid kunt overgeven aan God dan is dat een heel prettig moreel kompas dat je door het leven manoeuvreert. Dat betekent niet dat je jezelf kunt ontslaan van eigen verantwoordelijkheid. Integendeel.

Mijn godsbeeld is dat van een God als liefhebbende vader. En een goede vader geeft je ook op je sodemieter als je iets verkeerds hebt gedaan. Maar dat God primair een strenge rechter zou zijn? Nee, dat is niet waar. God is liefde. In de Openbaringen van Johannes staat niet voor niets over de hemel: ‘En ik zag een schare die niemand tellen kan’.”

Na vierenhalf jaar leven met het besef dat het einde nabij is, is Frans er klaar voor. “Ik heb een goed leven gehad, met vreugde en ook verdriet. Ik ben begonnen als politieagent en heb vreselijke dingen gezien, maar ook hele mooie dingen als directeur van zorginstellingen. Bijvoorbeeld de demente vrouw die nog een keer haar stervende vriendin wou zien. Zo helder als glas zat ze aan haar bed en pakte haar hand en zong voor haar: ‘k Zal eeuwig zingen van Gods goedertierenheid. Dat zijn ijkpunten in mijn leven.

Nu leef ik in genadetijd. En nee, geen haar op mijn hoofd die eraan denkt om euthanasie te overwegen. Met mijn oncoloog heb ik afgesproken dat er alleen palliatieve sedatie mag plaatsvinden. Mijn wens is dat ik zo lang mogelijk mijn verstandelijke vermogens mag behouden, zodat ik nog tot het laatst contact kan hebben met mijn geliefden.”

Zondag 1

Frans schenkt nog een kop koffie in. Op de vraag of zijn afscheidsdienst al klaar ligt, antwoord hij bevestigend. Hij weet al waar de preek over zal gaan, Zondag 1 van de Heidelbergse Catechismus: ‘Wat is uw enige troost in leven en sterven? Dat ik met lichaam en ziel, beide in leven en sterven, niet mijn, maar mijn getrouwe Zaligmaker Jezus Christus eigen ben.’

En wat gebeurt er na de dood? Ook dan heeft Frans een bekend protestants lied paraat: ‘Ik zie een poort wijd open staan…’

Voor Frans afscheid neemt, zegt hij: “Waar het mij om gaat is het Godsbesef, dat ik iedereen gun. Dat er een liefhebbende vader is die met wijdopen armen op ons wacht.”