‘Ik móest bij zijn kinderen zijn’

10/03/2016 Francisca Kramer Julie Blik

De hele avond had hij naast hem aan tafel gezeten terwijl ze het veertigjarig huwelijk van hun ouders vierden. De volgende dag was hij dood. Toen René de Boer (52) veertien jaar geleden zijn broer Ralph verloor, besloot hij in een opwelling voor diens kinderen te gaan zorgen.

“Het was slecht weer die ochtend. Toen ik op mijn motor de Velsertunnel uitreed de A9 op, kreeg ik een enorme klap wind. Het lukte me nog net om overeind te blijven, maar ik dacht: ‘Als ik dit had geweten, was ik met de auto gegaan’. Achteraf bleek dat Ralph op dat moment al dood was. Terwijl hij op weg was naar zijn werk – hij was duiker bij Rijkswaterstaat en bezig met een klus aan de sluizen van IJmuiden – is hij in een bocht onderuit gegaan. Hij kwam op de andere weghelft terecht en werd overreden door een tegenligger.”

Samen besloten ze te gaan motorrijden. René omdat hij de files naar Haarlem zat was, Ralph omdat hij een avonturier was, een thrillseeker die van snelheid hield. Ze kochten op dezelfde dag hun motors. René een BMW, Ralph een Aprilia.

Na Ralphs dood, stopte René direct met motorrijden. “Doorrijden kon ik mijn gezin en onze ouders niet aandoen.”

Hij heeft het vaak voor zich gezien, hoe het moet zijn gebeurd. “Ralph was een gedurfde rijder, hij viel een bocht echt aan. Zo plat mogelijk erdoor, dat vond hij mooi. Het was een vrij rustig stuk, waar hij verongelukte. Als er niet toevallig een tegenligger was aangekomen, had hij nu nog waarschijnlijk nog geleefd.

‘Mijn papa is dood’

Het verdriet was enorm. Je bent in shock. Ik weet nog hoe ik op mijn kantoor uit het raam keek en mijn vader en schoonzus met mijn nichtje zag komen aanlopen. Toen ik ze binnenliet, zei mijn nichtje van vier heel vrolijk: ‘Mijn papa is dood’. Aan haar moeders ogen zag ik dat het waar was. We zijn naar het mortuarium gereden waar ik hem samen met Mariska, Ralphs vrouw, heb geïdentificeerd. Heel intens was dat, maar ook heel warm.”

René heeft het verdriet heel goed kunnen verwerken, vertelt hij. “Ik ging het niet uit de weg. Vooral de eerste drie maanden nam ik er de ruimte voor en kreeg die ook, om te regelen en vooral ook om te zorgen.”

Als oudste van drie jongens, voelde René zich verantwoordelijk voor het jonge gezin van zijn broer. Ralphs zoon en dochter waren zes en vier toen hun vader overleed. “Mijn eigen kinderen zijn van dezelfde leeftijd en waren toen dus net zo klein. Je weet dat ze hun vader onmogelijk kunnen missen. Ik had het gevoel dat ik voor ze moest zorgen.”

Opwelling

Twee weken na de begrafenis fietste René langs een makelaarskantoor. “In een opwelling ben ik naar binnen gestapt. Mijn broer had net een huis gekocht dat nog gebouwd moest worden en ik wilde weten wat er in die wijk nog te koop was. Alles was al verkocht, maar een koper was tijdens de bouw arbeidsongeschikt geraakt waardoor hij zijn huis niet meer kon betalen. Het heeft zo moeten zijn; het stond op 500 meter afstand van het huis van mijn broer. Mijn vrouw en ik kochten het. Ik móest bij zijn kinderen in de buurt zijn.”

Differend, afscheid, uitvaart, Rene de Boer

‘Ondanks dat Ralph zo anders was dan ik, denk ik wel dat ik een beetje een vaderfiguur voor zijn kinderen heb kunnen zijn’

René de Boer

Geregeld reed René eerst langs het gezin van zijn broer. “Afhankelijk van wat ik aantrof, bleef ik een tijdje. Soms alleen om wat te praten, vaak om te stoeien. En soms werd ik ook weggestuurd, dan kwam het even niet uit.”

Voor René’s eigen gezin was het soms lastig. “Niet voor mijn vrouw. Zij heeft mij alle ruimte gegeven wat ik als heel bijzonder heb ervaren. Maar mijn kinderen, ook een jongen en een meisje, waren wel eens jaloers op de band die ik ook met hun neefje en nichtje opbouwde. ‘Ga je nu alweer naar hen toe?’, zeiden ze dan. Maar ze zijn ontzettend gek op elkaar en enorm verknocht geraakt, het zijn bijna broertjes en zusjes geworden.

Nee, hun vader heb ik nooit kunnen vervangen. Dat is onmogelijk. Ralph was ook een heel ander type dan ik. Hij was heel extravert. Een gangmaker, een markant figuur. En hij was impulsief. Dan belde hij me op. ‘Kom, we gaan skiën’, om me een paar dagen later op te halen, de nacht door te rijden naar Oostenrijk om ’s ochtends vanuit de kofferbak onze skispullen aan te trekken en de piste op te gaan. ’s Avonds zochten we een slaapplaats en na nog een dag skiën reden we dan de volgende avond weer naar huis, racend over de Duitse Autobahn.

Ondanks dat Ralph zo anders was dan ik, denk ik wel dat ik een beetje een vaderfiguur voor zijn kinderen heb kunnen zijn. En nog. Mijn neef is inmiddels 19. Jarenlang kwam hij regelmatig op zondagavond bij ons voetbal kijken en mij de hersens inslaan. Ik ben ook eens met ze op survival gegaan. Dan voelde ik me wel een mietje, want ik nam een gids terwijl ik weet dat Ralph het zelf zou hebben gedaan. Ook voor onze kinderen vind ik het jammer dat hij er niet meer is. Ralph was een geweldige oom geweest. Hij had ze vast en zeker zelf leren skiën.”

Zachter

Veertien jaar na zijn overlijden, blikt René terug en probeert antwoord te geven op de vraag of Ralphs dood hem heeft veranderd. “Ik denk het wel”, zegt hij bedachtzaam. “Voor Ralphs dood was ik niet heel empathisch. Ik was vaak nors en eigenwijs, niet invoelend ook. Ralphs dood heeft me zachter gemaakt. Ik ben NLP-trainingen gaan volgen en heb geleerd minder met mezelf bezig te zijn en meer met de ander. Soms denk ik wel eens dat ik zonder die veranderingen niet meer getrouwd was geweest.”

Een aantal maanden na Ralphs dood, besloot René een boek te maken over zijn broer, waarin mensen die dichtbij hem stonden herinneringen delen over Ralph en vertellen wat voor mens hij was. “Ik deed het voor zijn kinderen. Want dat vind ik het meest wrange aan dit verhaal, dat zij nooit zullen weten wie hij was.”