Kinderen en rouw

04/05/2015 Francisca Kramer Julie Blik

Differend, afscheid, uitvaart, Karin Kuiper, Bobbie Glastra van Loon, Karel Glastra van Loon

Volwassenen kunnen woorden geven aan hun verdriet, kinderen lukt dat vaak niet. Hoe ervaren zij het als ze een van hun ouders moeten missen? Een gesprek met Bobbie Glastra van Loon (15) en haar moeder Karin Kuiper (51), respectievelijk oudste dochter en weduwe van schrijver Karel Glastra van Loon.

Aan tafel in een rommelig en vrolijk huis in Hilversum zit een prachtig meisje met een beugel. Haar moeder Karin – kleurrijk en levendig pratend – schenkt thee in. Terwijl Karin een schaaltje met snoepjes op tafel zet, springt de poes op schoot bij Bobbie.

“Het was een paar dagen voor zijn overlijden”, vertelt Karin. “Karel en ik hadden nog tijd nodig samen en de kinderen zouden een nachtje logeren. We wisten dat het niet lang meer zou duren en ik zei tegen Karel: ‘Je moet afscheid van ze nemen’. Hij wilde het niet, vond het te moeilijk. Maar ik wilde niet het risico lopen dat ze van het logeren thuis zouden komen en hun vader opeens al dood zou zijn.”

Bobbie, net zes toen haar vader overleed, herinnert zich er niks meer van. Ook niet van het moment, negen maanden eerder, waarop haar ouders haar vertelden dat Karel niet meer beter zou worden. Karin: “Alleen aan Bobbie hebben we het verteld, de andere twee kinderen waren nog te klein om er überhaupt iets van te begrijpen. We waren uit het ziekenhuis gekomen waar de neuroloog ons net had verteld dat het niet goed was. Ik wist het al, want ik was degene die alle research deed en dus ook op de hoogte was van de prognoses. Karel wilde niet weten wat zijn levensverwachting was, bang dat hij er naar zou gaan leven. De neuroloog zei echter onomwonden dat de gemiddelde vooruitzichten bij deze soort hersentumor negen maanden waren. Een enorme schok. Eerst was er nog sprake van een jaar of tien, daarna werden dat drie jaar en opeens was het nog maar negen maanden. Exact negen maanden later is hij ook overleden.”

“Het moment waarop je je kind moet vertellen dat zijn vader of moeder doodgaat, is hartverscheurend”, herinnert Karin zich. “Je hart breekt. Of eigenlijk iets daaronder. Iets wordt ingebeukt. Het schuurt en schrijnt en wringt en alles tegelijk.”

“Ja, je besefte het”, zegt Karin tegen Bobbie. “Je moest huilen en vlak daarna zei je: ‘Mag ik nu spelen met Ibtissam’, je vriendinnetje.”

Bobbie, terwijl ze de poes aait: “Wat schattig.” Dan, half lachend: “Ik weet nog wel dat ik papa heb gevraagd of ik hem kon opzetten in een grote vitrine in mijn kamer. ‘Doe maar niet’, had papa gezegd. Dan ga ik heel erg stinken’.”

Na Karels overlijden bleef de kist met zijn lichaam thuis. Bobbie wilde de kist versieren met vlinders. Karin: “Daar stond ik bij de Wibra, vlinderstickertjes te kopen voor 69 cent. Het zag er niet uit.” Bobbie: “Ik vond het heel mooi, we mochten ook op de kist tekenen.” Karin: “Het was natuurlijk wel hun vader die in de kist lag en dat mocht best gezien worden.”

De kinderen gingen gewoon mee naar de crematie. Karin: “Ik herinner me dat ik niet mee mocht naar de begrafenis van mijn opa toen ik zes was. Uiteindelijk ging ik toch omdat ik zoveel stennis maakte. Ik vond het heel fijn om ook aarde op zijn kist te gooien.” Bobbie: “Toen Noa een keer gevraagd werd wat haar mooiste feestje ooit was, zei ze: de crematie van papa’. Dat snap ik wel, ik vond het ook heel gezellig. Mijn meester had zijn arm gebroken door een val van zijn motor en ik vond het heel cool dat hij ook kwam. We hebben rondgerend en getekend aan dat blauwe tafeltje van Ikea.” Karels vader zette tijdens de uitvaart de kinderen centraal. Bobbie: “Hij vertelde over papa en stelde ons vragen waar wij antwoord op gaven, ook over Jezus.”

Een oud-werkgever van Karin, die op Curaçao woonde, was overgekomen en zorgde met haar zoon voor de catering. Na de crematie was er daarna thuis een borrel met heerlijk eten. Karin: “Ik wilde per se geen koffie en cake in een zaaltje.”

Alles samen

“Karel en ik waren enorm aan elkaar verknocht, echt een setje. We deden alles samen. Samen de kinderen opvoeden, samen werken, samen reizen. Opeens moest ik alles alleen doen. Daar heb ik me enorm tegen verzet. Maar je went er aan, al heeft dat jaren geduurd.” Om dat proces te bespoedigen, vertrok Karin na een halfjaar met de kinderen naar Australië. Bobbie: “Dat was heel leuk, het was altijd warm en we gingen vaak zwemmen.”

Karin: “In mijn zwangerschap van Bobbie had ik via een internetforum een vrouw leren kennen die rondom dezelfde tijd was uitgerekend. Loreen uit Australië. Zij en haar gezin hebben een deel van hun vakantie opgeofferd om met ons te gaan kamperen in de outback. En we mochten bij haar ouders in huis die met vakantie waren. Ontzettend lieve mensen.”

Differend, afscheid, uitvaart, Karin Kuiper, Bobbie Glastra van Loon, Karel Glastra van Loon

‘Ik weet niet precies wat ik van mijn vader heb. Daar ben ik soms wel nieuwsgierig naar’

Bobbie Glastra van Loon

Bobbie: “Ik herinner me dat ik in Australië voor het eerst gepofte rijst met chocola at, zo lekker! En met Kerst zaten we ergens waar een heel groot zwembad was en een paar hele leuke mensen die op ons pasten.” Karin: “Dat was een jong stel, zonder kinderen. We raakten aan de praat en nadat ik mijn verhaal had verteld, boden ze aan een middag op te passen zodat ik er even alleen op uit kon. Oud en Nieuw heb ik overgeslagen, ik ben om tien uur naar bed gegaan. De volgende dag was ik zo blij dat het 2006 was…”

Na 3 weken motels en Bed & Breakfast was Karin het ‘strontzat’. “Op een achternamiddag stopte ik bij zo’n grote supermarkt en kocht daar in een kwartier tijd een complete kampeeruitrusting. Toen we die avond de tent opzetten op de eerste de beste kustcamping die we tegenkwamen, waren we allemaal dolgelukkig.”

Ruzie

Hoe het is om op te groeien zonder vader, vindt Bobbie moeilijk te beantwoorden. “Volgens mij is het niet heel anders dan bij vriendinnetjes. De taken zijn misschien verdeeld tussen de ouders en hier doet mama alles. Ik denk ook niet dat ik een betere band heb met mijn moeder. We hebben ook geen slechte band… Wat denk jij, mam?”

Karin: “Ik denk het wel. Misschien niet beter, maar wel intensiever. Het punt is: over alles moet je ruzie met mij maken. Toen ik jouw leeftijd had, koos ik voor de ene gelegenheid m’n vader en voor de andere m’n moeder. Als je maar een ouder hebt, kunt ook niet bij de ander troost gaan halen. Met degene tegen wie je aantrapt, moet je ook weer door een deur.” Bobbie: “Oh ja… ik weet nog wel dat ik vroeger eerst altijd naar mama ging om een snoepje te vragen en als dat niet mocht, naar mijn vader.”

Karin: “En ik heb niemand die het in zo’n situatie kan overnemen. Je was vroeger een keer heel boos op mij en toen zei papa: ‘Stop jij eens even, want dit is wel mijn vriendin!’.”

Of ze het zelf anders zou doen als haar kind later haar vader zou moeten missen? Bobbie: “Ik denk dat het aan het kind ligt. Als het wil praten, zal ik praten, als zij dat niet zou willen, zou ik dat ook toestaan. Nee, ik zou de dingen niet heel anders aanpakken.”

Om te leren omgaan met Karels dood, bezocht Karin met haar kinderen een rouwtherapeut. Bobbie: “Dat weet ik nog wel, dat we daar samen heengingen met m’n oom en tante en m’n moeder, maar zonder Dante, die was nog te klein. Ik wilde vooral veel met vriendinnetjes spelen om het normaal te houden. Toen papa net dood was, vroeg ik of ik bij mijn vriendin mocht logeren. De volgende morgen heb ik er wel over gepraat met de vader van mijn vriendin en toen moest ik huilen.”

Karin: “Haar vriendinnetje zei later dat ze Bobbie niet bij haar thuis uitnodigde als haar vader er was omdat ze dat zielig voor Bobbie vond. Ik zei toen: ik denk dat ze het juist wel fijn vindt om ook een vader mee te maken, zelfs al is dat niet haar eigen vader.”

Bobbie vindt het lastig aan te geven in welke zin haar vaders overlijden een stempel heeft gedrukt op haar leven. “Ik ga hem nooit vergeten, maar wil er niet altijd maar in blijven hangen. Daarom doe ik er vaak ook luchtig over. Vriendinnen vinden het soms raar als ik er een grapje over maak. Bijvoorbeeld als iemand dreigend zegt: ‘Pas maar op, anders ga ik naar je vader!’ ‘Dat zou ik echt niet doen’, antwoord ik dan. ‘Ik wil je graag hier houden’.

Bij belangrijke momenten mis ik hem natuurlijk en zou ik het fijn vinden als hij erbij zou zijn. Bij mijn afstuderen later denk ik ook. Maar ik heb geen zin om mijn leven te laten bepalen door zijn dood.”

Karin: “Ik denk wel dat je hem mist in het dagelijks leven, maar je weet niet wát je mist. Je hebt bijvoorbeeld dezelfde humor.”

Bobbie: “Ik weet niet precies wat ik van hem heb. Daar ben ik soms wel nieuwsgierig naar. Sommige dingen heb ik duidelijk van mama, andere niet. Die zullen dan van hem zijn. Maar sommige eigenschappen zijn gewoon van mij.”

Boek

In 2011 verscheen van Karin een boek over kinderen in de rouw: Tranenpotjes en geluksarmbandjes. Verhalen over alledaagse situaties van haar kinderen die te maken hebben met hun vader en zijn dood, geschreven op het niveau van haar kinderen destijds. “Er is heel weinig geschreven voor kinderen die een verlies meemaken. Je kunt het wel vanuit jezelf of therapeutisch oogpunt benaderen, maar ik dacht: je kunt het ook gewoon vragen aan je kinderen. Dat heb ik gedaan en daaruit is het boek ontstaan.

Zelf had ik graag meer willen weten over hoe kinderen op de dood kunnen reageren. Ik had me dan vooral minder zorgen gemaakt. Toen Karel net dood was, dacht ik: ‘Hoe ga ik dat in m’n eentje doen, drie kinderen grootbrengen?’. Had ik toen maar geweten hoe goed het zou komen met ze. Ik twijfelde over mijn eigen capaciteiten. Nu weet ik: je kunt als ouders best wat steken laten vallen, zolang het maar niet de hele jeugd duurt. Je kunt heel lang suboptimaal functioneren zonder dat het misloopt.”

De reis naar Australië bleek een hele goede stap, al was niet iedereen even enthousiast. Karin: “Tijdens Karels ziekte hebben we veel beroep op anderen moeten doen. Om daarvan af te stappen was voor iedereen moeilijk. Jij probeert een nieuw leven op te bouwen, wat je niet wilt, maar wel moet. Tegelijkertijd bemoeien de mensen om je heen zich ermee. Ik moest weg, het evenwicht hervinden en zorgen dat we samen een nieuw gezin konden worden.”

Eenmaal weer terug was het moeilijk. “Ons huis was kaal en ik realiseerde me: Karel is nog niet terug. Ik had hem in gedachten meegenomen naar Australië en het was bij thuiskomst net of wij sneller waren gereisd dan hij. En het afschuwelijke besef drong door: dit gaat niet over.”

Bobbie vond het heel leuk om haar vriendinnen weer te zien en weer naar school te gaan. “We hadden voor alle kinderen uit mijn klas een sleutelhangertje meegenomen met een Koalabeertje eraan.”

“Natuurlijk heeft Karels dood een stempel gedrukt op de kinderen. Maar ik kan nog niet bepalen wat en hoe sterk dat stempel is. Het bestaat niet dat zoiets ingrijpends geen invloed op je leven heeft.” Als tip voor ouders zegt Karin: heel veel blijven praten met je kinderen over degene die dood is. De rol van die persoon erkennen. En hou contact met je schoonfamilie. Ik vond dat best lastig, maar we plukken er nu de vruchten van. Ik zie hoe belangrijk het is dat onze kinderen ook met Karels kant van de familie contact hebben.”

Dante, inmiddels twaalf, komt binnen, de jongste. Met de laptop ploft hij neer op de bank. Zus Noa is ook binnengedruppeld en terwijl Bobbie achter de piano gaat zitten om wat te spelen, schenkt moeder Karin voor iedereen nog een keer thee in.