Stichting De Jonge Weduwe

16/11/2014 Francisca Kramer Julie Blik

Differend, afscheid, uitvaart, Petra van Rij, Stichting De Jonge Weduwe

Acht jaar geleden verloor Petra van Rij (1973) haar man. Wedstrijdzeiler Hans Horrevoets overleed op zee en Petra bleef achter met twee kleine kinderen, van wie eentje nog in haar buik.

Ze ontvangt ons op een prachtige woonboerderij op het platteland bij Zwolle. Petra van Rij, moeder van Bobby (10) en Kit (8) en weduwe van wedstrijdzeiler Hans Horrevoets, woont sinds anderhalf jaar bij haar partner André. Het gaat goed met haar, acht jaar na de dag dat alles anders werd. Maar dat heeft veel tijd gekost. Om andere mensen in soortgelijke situaties te helpen, zette ze samen met haar zus een stichting op: De Jonge Weduwe.

“In 2010 zag ik de film PS I love you. Hij gaat dood en zij blijft achter. Haar moeder vindt na verloop van tijd dat ze de draad weer moet oppakken, maar vervolgens zegt zij tegen haar moeder, die jong gescheiden is, ‘Ik kan me niet herinneren dat ik jou in mijn jeugd’ ooit heb zien lachen. Dat raakte me zo. Het was vier jaar na Hans’ dood en het ging helemaal niet goed met mij. Het werd maar niet beter. Bobby was inmiddels 5 en Kit 3. Ik wilde voor hen geen moeder zijn die altijd maar treurig was. Ik moest iets doen, iets nieuws, uit mijn patroon, uit mijn verdriet. En dus besloot ik met ze op reis te gaan, naar Australië en Nieuw-Zeeland, om samen de plekken te bezoeken waar Hans was geweest en waar ik met hem had afgesproken nog naartoe te zullen gaan. Om gedrieën nieuwe herinneringen te maken.

Gezin

Het was zo fijn om geen agenda te hebben, om niks te hoeven. Natuurlijk was het spannend, alleen op reis met twee kinderen. Mijn vader vond het niks. Het was een vlucht van mijn verdriet, vond hij, en de kinderen hielden niet eens van autorijden en dan nam ik ze mee in een camper? Om hem gerust te stellen, begon ik een blog en naarmate de tijd verstreek, zag mijn vader dat het goed was. Want daar, aan de andere kant van de wereld, werden Bobby, Kit en ik met z’n drietjes een gezin. En eindelijk, eindelijk leerde ik genieten van onze kinderen.

Voor die tijd kon ik dat niet. Het eerste lachje, het eerste stapje, ik vond het vreselijk om dat allemaal in mijn eentje mee te maken en niet te kunnen delen met Hans. Nooit meer, niks. En het houdt maar niet op, want het stikt van de eerste keren. De eerste keer van de glijbaan, de eerste keer fietsen, de eerste keer naar school. Ik deed alles wel hoor, ging naar De Efteling op zijn sterfdag of de dierentuin, maar ik kon die klok wel vooruit kijken. Nog achttien jaar alles in m’n eentje doen, dacht ik steeds. Alles in m’n eentje beslissen, niks kunnen overleggen. Ik was vaak boos op Hans. ‘Daar zit ik dan in m’n eentje met ónze kinderen.’

Op de eerste camping in Australië, 20 minuten van de plek waar ik ons tijdelijk onderkomen had opgehaald – en oh wat was ik bij dat ik het had gered met die camper waarmee ik ook nog aan de linkerkant van de weg moest rijden – stond er opeens een vrouw voor onze neus met een schaal pasta. Ze had ons zien aankomen, gezien dat ik alleen was met de kinderen en vond het zo zielig dat ik nog moest koken. Zij en haar man werden een beetje mijn engelen. Ze nodigden ons uit bij hen thuis; ze hadden een kangoeroe-opvangcentrum voor baby’tjes van overreden kangoeroes, die wij de fles mochten geven. Die mensen waren zo ontzettend lief voor ons.

Differend, afscheid, uitvaart, Petra van Rij, Stichting De Jonge Weduwe

‘Ik wilde wel leven, maar ik wilde die pijn niet’

Petra van Rij

Natuurlijk, er waren ook vreselijke momenten. Want opeens ben je geen seconde meer alleen. De kinderen gaan niet naar de crèche of naar school. Ook was het soms ontzettend moeilijk om altijd maar die golven te zien, Hans’ grote liefde én zijn dood. De meisjes deden natuurlijk niet anders dan met hun emmertjes en schepjes de branding in rennen en ik moest er naar kijken. Dan brulde ik het soms uit van ellende. Ook aan de westkust van Nieuw-Zeeland was het zwaar. Het waaide, het regende en daar reed ik op die weg langs de zee waar de golven metershoog opspatten. Zonder te genieten van alle toeristische highlights heb die weg in een ruk afgelegd.

’s Avonds, als de kinderen in bed lagen, schreef ik meestal. Alles schreef ik van me af, ook om mijn vader gerust te stellen. En als ik zin had in wat anders, sloot ik me aan bij een groepje mensen en vroeg of ik ook een wijntje mee mocht drinken. Er werd natuurlijk flink gespeculeerd, want een vrouw alleen met twee kleine kinderen roept vragen op. De meesten dachten dat ik gescheiden was.

Al met al zijn we er sterker uitgekomen. En: mijn boosheid was weg. In plaats daarvan kwam er dankbaarheid dat Hans me die twee prachtige kinderen had gegeven. Ik vond het zo erg voor hem dat hij dat allemaal moest missen.

Kussen onder de brug

Hans en ik waren een typisch geval van liefde op het eerste gezicht. Na vijf jaar op Aruba te hebben gewerkt in de horeca, zat ik in augustus 2000 weer bij mijn ouders in Friesland en zocht een baan. Op de HISWA te Water hadden ze een gastvrouw nodig. Ik stond op de steiger bij die boten en zorgde onder andere voor de lunch. Hans, een stoere zeiler met een geweldige lach en prachtige krullen nam de bezoekers mee op een zeiljacht. Op een gegeven moment bleek hij wel érg veel honger te hebben; steeds kwam hij terug voor nog een broodje. Een paar dagen later gingen we met de hele crew op stap in Amsterdam. Met een sloep voeren we door de grachten en hadden wijn en hapjes mee. Daar, onder een brug, kusten we voor het eerst.

Al snel waren we onafscheidelijk en na een paar maanden woonden we al samen. Drie jaar later raakte ik zwanger. Ook na de bevalling bleef ik Hans overal achterna reizen, ons dochtertje nam ik gewoon mee. Dat Bobby een andere achternaam had dan ik was soms lastig, want als je alleen reist moet je altijd weer bewijzen dat het echt jouw kind is. En we reisden veel, want Hans deed in 2005-2006 mee met de Volvo Ocean Race. In de hotelkamer in Rio, toen ik ruim drie maanden zwanger was van ons tweede kindje, had hij voorzichtig gepolst of ik ooit wilde trouwen. ‘Zou je dan ja zeggen?’, had hij gevraagd. Later hoorde ik van een van zijn zeilmaten dat hij me bij thuiskomst ten huwelijk had willen vragen, na de geboorte van ons tweede kind.

In de haven van New York hadden Bobby en ik hem uitgezwaaid voor de zevende etappe van race. Hans voer op een van de twee boten van ABN Amro. Vier dagen later zouden we elkaar weer zien in de haven van Portsmouth in Engeland. Op de Atlantische Oceaan, voor de kust van Engeland, sloeg Hans midden in de nacht overboord. Ondanks dat hij uit het water kon worden gehaald, was hij niet meer te redden. Hans overleed op 18 mei 2006. Bobby was anderhalf en ik was vijf maanden zwanger.

Hans is dood

Die ochtend om half acht was ik net bezig mijn lenzen in te doen toen ik hard geroep en gebons op de deur hoorde. Een bel hadden we niet. Ik dacht: ‘Welke malloot staat hier nou zo vroeg voor de deur? Ik ga niet opendoen.’ Toen werd er geroepen vanuit de tuin: ‘Petra, Petra, doe open, ik ben het van ABN Amro.’ Ik dacht dat het te maken had met zeilevenement dat Hans en ik aan het organiseren waren en waar ABN Amro misschien toch geen toestemming voor zou geven. ‘Dat kan wel wachten’, dacht ik. Toen ik niet reageerde, riep hij uiteindelijk: ‘Petra, doe open. Hans is dood’.

Pas vier dagen later kon ik naar hem toe. Met een marinefregat is er naar de plek van het ongeluk gevaren en met een helikopter is Hans toen naar Den Helder gebracht en vervolgens naar Rotterdam. Daar zag ik hem eindelijk, gewikkeld in de Nederlandse vlag. ‘Hij stikt’, dacht ik.

De begrafenis was een enorm project. Gelukkig regelde ABN Amro alles. Elfhonderd man was erbij. Het is in een roes aan mij voorbij gegaan. Ik kon het niet geloven dat dit aan het gebeuren was. Mijn ouders kwamen drie maanden bij mij en Bobby in huis; ik was volkomen de weg kwijt. Een maand voor de bevalling heb ik ze naar huis gestuurd. Ik wilde het weer zelf kunnen en werd ook knettergek van al die aanloop. Hoe goedbedoeld ook. Mijn moeder bleef maar koffie en thee aanslepen en Bobby werd veel teveel verwend.

Met Kerst haalden mijn ouders ons weer in huis. Mijn moeder zorgde voor mij, Bobby en Kit die inmiddels was geboren. Ik was ontzettend verdrietig en dacht er vaak aan om er een einde aan te maken. Ik wilde wel leven, maar ik wilde die pijn niet meer. Ik stikte in m’n tranen, zat te spugen op de wc van ellende. Naast me op bed zat m’n moeder te huilen. ‘Wat kan ik doen?’, vroeg ze steeds.

Zus

Naast mijn ouders is ook mijn zus een enorme steun voor me geweest. Sinds Aruba, waar zij ook een periode heeft gezeten, zijn we superclose. Zij was ook bij de bevalling van Kit en als zij niet het heft in handen had genomen, weet ik niet hoe het was afgelopen. We waren takken aan het snoeien en af en toe moest ik stoppen omdat ik kramp had. ‘Niks aan de hand’, riep ik. Maar ze had geklokt en zette me uiteindelijk op een stoel. Drie kwartier later werd Kit geboren.

Ze voelde zich zo machteloos, al die tijd dat ik zo verdrietig was. Continu was ze er voor me, maar mijn verdriet ging er niet door weg. Uiteindelijk was het toch mijn eigen proces, mijn eigen hel waar ik zelf doorheen moest. Ze ging voor me zoeken op internet, maar vond geen aansluiting. Via via leerde ze lotgenoten voor me kennen en dat heeft me zo goed geholpen. Hoe fijn is het om te weten dat je niet de enige bent? Contact met andere weduwen en weduwnaars heeft me ook leren relativeren. Er waren er ook bij die hun huis uit moesten omdat ze de hypotheek niet meer konden betalen.

Samen met mijn zus heb ik in 2012 stichting De Jonge Weduwe opgericht. Om lotgenoten met minderjarige kinderen met elkaar in contact te brengen, die her- en erkenning bij elkaar vinden. Ook bieden we in de vorm van rouwexperts informatie op fiscaal, juridisch, administratief en psychologisch gebied. Er komt zo ontzettend veel op je af als je je levenspartner verliest. Dan is het handig als je de juiste mensen weet te vinden die je kunnen helpen. Maandelijks organiseren we Jonge Weduwenlunches en sponsors kunnen ‘smileproducten’ cadeau doen. Bijvoorbeeld een dagje uit met de kids of een bezoek aan de sauna. Op de site staan ervaringsverhalen van andere weduwen die steun kunnen bieden in moeilijke tijden.

Keerpunt

Het gaat goed nu. Met mij en de kinderen. Die reis van drie maanden was een keerpunt in mijn rouwproces. En in het zevende jaar na Hans’ overlijden, ontmoette ik geheel onverwacht een nieuwe liefde: André. We kenden elkaar van de middelbare school waar we in 5 en 6 VWO bij elkaar in de klas zaten. Met een scheiding en de dood in onze rugzak is ons patchworkgezin niet bepaald ongecompliceerd. Maar wachten staat niet meer in mijn woordenboek en dus wonen we nu samen. Anderhalf jaar geleden ben ik vanuit Terheijden, waar ik met Hans en onze kinderen woonde, naar Dalfsen verhuisd, een klein dorpje in Overijssel, waar André al woonde. Natuurlijk, het is wennen. Zeven jaar lang bepaalde ik mijn eigen agenda, nu zijn er vijf in plaats van twee kinderen om rekening mee te houden en twee exen van André.

Dat ik na Hans nog een grote liefde mocht ontmoeten, is een groot geluk. Toen we vorig jaar beiden veertig werden en ik voor het eerst sinds Hans’ dood mijn verjaardag weer vierde, schreven we dan ook op de uitnodiging: ‘Er was eens… En ze leefden langer en gelukkig.’