‘Toen Sjan was overleden, dronken we een wijntje’

11/07/2014 Francisca Kramer Julie Blik

Differend, afscheid, uitvaart, John Elsing

Het is een zonnige zomerdag. John Elsing (65) ontvangt me in zijn tuin. Tussen de bloeiende Annabellen en de knalroze hortensia’s vertelt hij vol verdriet, maar ook vol optimisme over zijn grote liefde Sjan met wie hij meer dan veertig jaar samen was. Drie maanden geleden overleed ze aan de gevolgen van kanker.

“Soms ga ik naar boven, naar haar boudoirtje. In een deel van onze slaapkamer had ze haar eigen ruimte met haar kleren en schoenen. Dan sta ik daar tussen haar spullen en ruik haar geur. Ze had van die mooie rode pumps en prachtige jurkjes. Ach, het was zo’n lief wijf, ik kon echt met haar pronken.

Ooit had ze borstkanker gehad. Dat was allemaal achter de rug, ze had een mooie reconstructie laten doen en aan niets merkte je dat ze ooit ziek was geweest. Tot die ene dag dat ze een bult in haar zij voelde. Eerder had ze op haar rug een melanoom laten weghalen en ergens had ze altijd het gevoel gehouden dat het niet helemaal goed gegaan was, dat er nog iets was blijven zitten. Ze trainde in die tijd voor de Nijmeegse Vierdaagse en liep in vijf maanden tijd twaalfhonderd kilometer. Nog voordat ze naar de dokter ging, wist ze de uitslag al: niet goed. ‘Wat er ook gebeurt, de Vierdaagse ga ik lopen’, besloot ze. Dat heeft ze ook gedaan, maar in Nijmegen voelde ze de tweede bult.

De grote klap kwam in juli. De oncoloog deelde mee dat ze nog een halfjaar te leven had. Verschrikkelijk was dat; we hadden gehoopt op nog een paar jaar. Sjan accepteerde het vrij snel. Natuurlijk was ze verdrietig, maar ze was ook een nuchtere vrouw. Al gauw schakelde ze naar de stand van: ‘Wat gaan we allemaal nog doen?’. Ik nam vrij van mijn werk om de laatste tijd zoveel mogelijk samen te kunnen zijn. We hebben een deel van het Pieterpad gelopen en zijn met vrienden naar Spanje gegaan. Dat werd nog spannend, want een dag voor vertrek kreeg Sjan enorme pijn, zo erg dat ze zich geen raad meer wist van ellende.

Dansen

Mijn 65e verjaardag in augustus wilde ik niet vieren. ‘Ben jij gek’, zei ze. En dus gaven we een knalfeest waar we samen met familie en vrienden ontzettend lekker hebben gedanst. Ik kijk nog vaak naar de DVD om de beelden van haar en mij te zien. Ja, dan komen de tranen. En dat mag van mezelf. Maar als het te lang duurt, word ik kwaad op mezelf en stort me op het huishouden. Best een uitdaging, want Sjan deed het meeste. Koken bijvoorbeeld. Ik at elke dag restaurantkwaliteit. Nu voelt het alsof ik net op kamers ben, het is echt behelpen. Maar ik wil het per se allemaal zelf doen, niet afhankelijk zijn.

Differend, afscheid, uitvaart, John Elsing

‘Toen ik twee uur later buiten kwam, stond de hele tafel vol met brandende kaarsen’

John Elsing

We hielden beiden erg van wandelen. Afgelopen zondag trok ik voor het eerst mijn wandelschoenen weer aan. Met zonnebril op en haar rugzak op m’n rug en haar stappenteller ben ik gegaan. Jankend, dat eerste stuk, maar bij De Meern was het over. En toen ik hier terugkwam op het plein, zaten de buren buiten. ‘Wijntje, John?’. Onze buren zijn geweldig – zoveel warmte hebben we van hen gekregen en krijg ik nog steeds. Op de avond dat Sjan overleed, hadden ze een grote kaars neergezet op het tafeltje buiten. Twee uur later stond de hele tafel vol met brandende kaarsjes. De buren hebben een boom geschonken: de Sjanboom. Als ik behoefte heb aan contact, loop ik naar buiten en dan zijn ze er voor me.

Kist uitzoeken

Sjan wilde overal nauw bij betrokken zijn en regisseerde haar eigen dood en afscheid volledig. Een echte ram. Gepassioneerd en behept met een groot organisatietalent. Samen met onze zoon Matthijs is ze haar kist gaan uitzoeken bijvoorbeeld. Voor sommigen misschien een macaber idee, maar het was een van de fijnste dagen die Matthijs met zijn moeder heeft beleefd. Ze hebben er een prachtige moeder-zoondag van gemaakt.

Voor de afscheidsceremonie hebben we Mark van Leeuwen gevraagd, van Mooi Rouwen. We kennen hem al lang, hij is een goeie vriend en we wisten dat Sjans afscheidsceremonie bij hem in goede handen zou zijn. En dat was ook zo. We hebben onvoorstelbaar veel reacties gekregen en het heeft me, hoe gek het misschien ook klinkt, heel veel energie gegeven. Natuurlijk waren we verdrietig, maar het was bovenal een viering van Sjans leven. Met een lied van onze dochter Annelies, een toespraak van Matthijs, speeches van broer, buren en vrienden, en onze kleinkinderen die op film het lied zongen dat wij altijd zingen als het feest is: ‘Als ik bovenop de Dom sta’. Waar ik heel blij om ben, is dat we de speeches ook voor Sjan gehouden hebben, toen ze nog leefde. Zo wist ze wat haar leven voor ons betekent.

De periode voor haar dood is ze in korte tijd heel snel achteruit gegaan. Met oud & nieuw kwam het keerpunt. We wilden niet thuis zijn omdat we de confrontatie met ‘gelukkig nieuwjaar’ niet aankonden. Dus zijn we naar vrienden gegaan in Frankrijk. Daar verloor ze snel veel energie, werd lusteloos en sliep veel. In januari verergerde dat en de hele maand februari bracht ze in bed of op de bank door. Tenzij er bezoek kwam, dan tutte ze zich op. Ja, zo was ze. Een vrouw die er altijd stralend en up-to-date uitzag. Ze verkleedde zich rustig drie, vier keer per dag. Daarom was het ook zo moeilijk in de eindfase. Ze wilde euthanasie. Maar opeens verloor ze het bewustzijn en raakte ze in coma. Ik werd zó kwaad op de huisarts. ‘Is daar nou niks aan te doen?’. Het paste zo niet bij wie ze was. Ik ben echt ontploft. Ik heb later wel mijn excuses aangeboden en zij en haar man zijn mijn vrienden geworden. ‘John’, zei de huisarts, ‘het duurt niet lang meer. We leggen haar op haar zij, dat scheelt.’ Ze had gelijk. Een paar uur later ging ze. Ik hield nog een speechje bij haar en toen dronken we een glas wijn, samen met onze kinderen. Precies zoals Sjan het wilde.

Zondag

De zondagen zijn het moeilijkst, die waren van ons. Dan bakten we een eitje, hadden warme broodjes, namen uitgebreid de tijd, heel gezellig. Ook dit seizoen is moeilijk, alles staat in bloei, daar had ze erg van genoten. Weet je wat zo mooi is? Haar urn met as hebben we hier in de tuin begraven, daar, vlakbij het water. Dat plekje hebben we samen uitgezocht. Elke ochtend loop ik er even naartoe om haar goedemorgen te zeggen. En elke avond, voor ik ga slapen en de gordijnen dichttrek, kijk ik er even naar. ‘Welterusten Sjan’, zeg ik dan.”