Verdriet kent vele vormen

22/06/2016 Francisca Kramer Julie Blik

Differend, afscheid, uitvaart, Henk en Carla Reus

Ze was een zondagskind. Op een zondag kwam ze in deze wereld en dertien jaar later ging ze ook weer op een zondag weg. Nu, 35 jaar later, praten Carla en Henk over hun dochter Wendy en de impact van haar dood op hun gezin.

In het vrijstaande huis in Aerdenhout zitten we in de serre die uitkijkt op een prachtige tuin. Carla (72) voert het woord, Henk (79) luistert vooral. “Dat is altijd zo geweest, Henk praatte niet, ik juist teveel.” Door de herseninfarct die hij zes jaar geleden kreeg, is het spreken sowieso lastiger geworden. De zinnen uit zijn mond gaan soms vergezeld van tranen.

Het was de zomer van 1981. Het gezin met vader (huisarts), moeder, zoon Matthijs van 14, dochter Wendy van 13 en zoon Taco van 8 ging op vakantie naar Engeland. In een romantische cottage in Devon zou het gezin een paar weken genieten van elkaar en de oogverblindende omgeving vol lieflijk glooiende heuvels. Aan de overkant van de weg was een boerderij met paarden, iets wat Wendy dolblij maakte, paardenmeisje als ze was. Op foto’s die haar moeder laat zien, staat ze vaak met een cap op het hoofd, een paard aan de teugels in haar hand. “De boer was dol op haar”, vertelt haar moeder. “Al gauw had hij een paardje gekocht voor Wendy om op te rijden. Wij vonden het lekker rustig, want Wendy en haar broer Matthijs hadden continu ruzie. Typisch broer en zus in de puberteit.”

Engeltje

Op de ochtend van 19 juli lag er een briefje op tafel. ‘Ik ben rijden, om 10 uur terug’, stond erop. ’s Ochtends vroeg, toen het hele huis nog sliep, was ze als een elfje zachtjes weggeslopen. Het werd tien uur, half elf, maar Wendy verscheen niet aan het ontbijt. Carla: “We stuurden Matthijs om haar te zoeken. Die kwam mopperend terug, hij kon haar niet vinden, die stomme griet, zei hij. Niet veel later kwam een vriendinnetje aan de deur. Het was niet goed, we moesten komen.

De boer kwam ons halen. Wat we toen zagen, was huiveringwekkend mooi en afschuwelijk tegelijk. Middenin het weiland lag Wendy, de pony liep eromheen. Als een engeltje in het gras lag ze daar tussen de bloemen. Ze werd gereanimeerd tot Henk het overnam. Toen werd ze in de ambulance naar het ziekenhuis vervoerd. Maar wij wisten het allebei al: ze was dood.” Haar vader huilt: ‘Ik zei toen: Het is misschien beter als ze dood is.’ Als huisarts wist hij te goed hoe gruwelijk het ontwaken zou zijn en het leven gevangen in een onmachtig lichaam. In het ziekenhuis vroeg de patholoog: ‘Did you have an inkling?’, een voorgevoel. “Ja, dat hadden we”, zegt Carla. “Ondanks dat er aan Wendy niks te zien was geweest, nog geen schrammetje of blauwe plek, voelden we dat ze er niet meer was.”

Schuldig

Het gezin ging door, ieder op zijn eigen wijze en in de loop van de tijd werd duidelijk: verdriet kent vele vormen. Carla: “Ik stortte in. Kon op zeker moment niks meer. Nog geen telefoon oppakken, dat moest Henk allemaal doen.” Henk was op zijn beurt in de actiemodus geschoten. Het weekend na de begrafenis had hij dienst. “Ik deed het gewoon. Werken was voor mij afleiding, doorgaan de enige weg.”

Differend, afscheid, uitvaart, Henk en Carla Reus

‘Ze ligt op een heel mooi plekje op Westerveld waar haar vader en ik later ook bij komen’

Henk en Carla Reus

Wendy’s broer Matthijs heeft zich jarenlang verschrikkelijk schuldig gevoeld. “Carla: Hij dacht: ‘Als ik was blijven doorzoeken, had ik haar dood misschien kunnen voorkomen’. Maar al op weg naar het ziekenhuis namen Henk en ik ons voor: in dit bizarre verhaal zijn geen schuldigen. Uit het rapport bleek later dat de doodsoorzaak waarschijnlijk het omrollen van de pony is geweest. “Sommige paardjes doen dat, die gaan zonder aanleiding op de grond liggen en rollen om. De ruiter moet dan direct van het beest afspringen, maar Wendy was hier onervaren in en is blijven zitten. Waarschijnlijk is de pony toen met zijn volle gewicht op haar terecht gekomen. Het enige waaraan te zien was dat er iets niet in orde was, waren haar longblaasjes en de rode puntjes in haar ogen. Verder was ze volgens het rapport een perfectly healthy young girl.

Broken heart

Bijna vijftien jaar na het ongeluk besloot oudste zoon Matthijs terug te gaan naar Devon. Jongste broer Taco ging met hem mee. De boer leefde niet meer, maar had op de plaats waar Wendy was gevonden een boom geplant. ‘He died of a broken heart’, zeiden de dorpelingen. Het weiland was nu een kampeerterrein en een jong stel dat daar met een tent stond, zag de twee jongens bij de boom en nodigde hen uit om wat te drinken. Waarom ze hier waren, vroegen ze. En daar, op die plek begon Matthijs voor het eerst te praten over die verschrikkelijke dag. En te huilen. Alsof er een ballon werd doorgeprikt, zo huilde hij.” Een soortgelijke ervaring had Wendy’s vader Henk gehad, die vijf jaar eerder eenzelfde missie had ondernomen. “Toen ik daar was, op de plek waar Wendy in het gras had gelegen, dacht ik dat ik een hartaanval kreeg. Maar het was mijn hart dat brak.”

Ondanks de verschillende manieren van verwerking, zijn Henk en Carla door de dood van hun dochter dichter bij elkaar gekomen. De laatste tekening die Wendy had gemaakt was tevens haar eerste volwassen tekening geweest; van het vliegende paard Pegasus. De tekening had op haar rouwkaart gestaan en was inspiratie voor het cadeau dat Henk Carla gaf voor hun 25-jarig huwelijk: een hangertje van Pegasus.

Sluipwegen

Zorgen maakte Carla zich wel in de jaren na Wendy’s dood. “Ik was zo overmand door verdriet, dat ik bang was dat ik mijn dode kind meer aandacht gaf dan mijn levende kinderen. Dan had ik eindelijk Wendy’s bed weggehaald, maar zette het dan later toch weer terug. Ik heb het Taco een keer gevraagd, of hij tekort was gekomen door de dood van Wendy. ‘Nee, integendeel’, had hij gezegd. ‘Jullie hebben me doodgeknuffeld.’ Maar het verdriet blijft en neemt soms bizarre sluipwegen. Toen Taco 14 was, vonden we hem huilend in bed. ‘Ik heb het gehaald’, zei hij. Zijn zusje was hij voorbij geleefd.

Na haar dood hebben we ontzettend veel steun ontvangen. Soms heel onbeholpen en op momenten dat we er niks mee konden. Buren die we amper kenden die opeens een rouwbezoek kwamen afleggen… We wisten alle vier niet wat we moesten zeggen. Heel veel heb ik gehad aan een vriendin die vaak zomaar even kwam binnenwippen. En de brieven. We hebben zoveel fantastische brieven gehad. Een jaar na haar dood hebben Wendy’s vriendinnen met z’n drietjes een boompje geplant bij haar graf. Ze ligt op een heel mooi plekje op Westerveld waar haar vader en ik later ook bij komen.”

Met Matthijs is het na zijn trip naar Devon heel goed gegaan. Carla: “Onlangs is hij zelfs getrouwd met een groot feest. Na zeventien jaar hokken! Hij heeft twee dochters, de oudste heet Eva Wendy. Toen ze een jaar of tien was, werd ze opeens onhandelbaar. Bij juf Anke kwam het eruit: ‘Ik ga jong dood’, zei ze. Mede door haar tweede naam identificeerde ze zich met haar tante. Ook zij reed paard, maar daar is ze mee gestopt. Ze wilde niet meer. Haar zusje rijdt nog wel. Matthijs werkt nu bij Warchild en is helemaal open gebloeid. Hij is zo fantastisch bezig. Binnenkort beklimt hij de Kilimanjaro voor War Child. Taco is psychologie gaan studeren en gepromoveerd in Amerika. Toen hij een baan accepteerde in Rotterdam vond hij vlak daarna zijn grote liefde met wie hij nu twee kinderen heeft. Ja, het gaat goed met hen en dat is een enorme rijkdom.”

Herseninfarct

Wendy zou nu 48 zijn geweest. Haar overlijden heeft een enorme leegte achtergelaten. Opeens moest haar vader haar missen, zijn dochter die voor hem zorgde door lekkere hapjes klaar te zetten als hij late dienst had gehad. Die bij hem kwam zitten als hij piano speelde en stil genoot van zijn muziek en zijn aanwezigheid. Zes jaar geleden, op Wendy’s verjaardag, kreeg hij een herseninfarct. Carla: “Op de fiets vanuit Zandvoort begon hij ineens te zwabberen. Aan zijn scheefhangende mondhoek zag ik meteen dat het mis was.” Ondanks dat het een zwaar infarct was, gaat het naar omstandigheden nu goed met Henk. Hij heeft weer pianoles en doet zijn best in beweging te blijven.

Voor ik wegga, mag ik nog wat foto’s zien. Een prachtig meisje met donker haar en een pony kijkt me aan. In haar armen een jong poesje. Op de volgende foto draagt ze een spijkerbroek met wijde pijpen en een strak t-shirtje. Twee kleine borsten die willen groeien. Het beeld van een meisje en een ontluikende jonge vrouw ineen, voor eeuwig verstild in de tijd.