Genacht

21/09/2016 Francisca Kramer

Differend, afscheid, uitvaart, Kerkje, Urk

Journaliste Francisca Kramer over afscheid op Urk

Elke zondagavond gaan ze naar hun moeder; de vissers die om 12 uur die nacht weer naar de kotter gaan. ‘Genacht mimme’, zeggen ze dan. Pas als dat ritueel voltrokken is, kan er met een gerust hart worden uitgevaren, de werkweek tegemoet.

Het genacht is niet alleen maar ‘welterusten’. Het woord betekent oneindig veel meer dan ‘slaap lekker’. Het genacht op Urk bevat ook onuitgesproken angst en tegelijk de bezwering ervan. ‘Mocht je niet meer terugkomen, dan is het goed tussen ons.’ En misschien nog wel meer: je bent geborgen.

Zo vaak in de geschiedenis van het voormalig eiland moest er slecht nieuws worden gebracht. Een vissersschip dat met man en muis was vergaan. Of een jonge visser die overboord geslagen was. Of een ontploffing in het ruim. De platen van het vissersmonument, vlakbij het Kerkje aan de Zee getuigen hiervan. In het midden van het monument staat het beeld van de vissersvrouw, uitkijkend over zee, wachtend op haar man, haar zoons die nooit meer terug zullen keren. Hun namen en leeftijden staan nu gebeiteld in de zwart marmeren platen. Nog steeds komen er namen bij.

Het is de dood die maakt dat ik zo hou van mijn geboortegrond. De vanzelfsprekende zorg voor elkaar na het overlijden van een dierbare is diep ontroerend en uit zich in een zak gesmeerde broodjes aan de deurklink, een schaal gebakken tongetjes die opeens op tafel blijkt te staan, een cake met een briefje erbij: ‘Sterkte’. Zonder er veel woorden aan vuil te maken, wordt de hardvochtige kou van verse rouw toegedekt, deken na deken, net zolang tot je weer wat warmte in de bevroren botten voelt.

Differend, afscheid, uitvaart, Francisca Kramer

‘Het is de dood die maakt dat ik zo hou van mijn geboortegrond’

Francisca Kramer

De begrafenissen kennen hun eigen rituelen. Niet alleen de directe familie en (ex-)collega’s nemen plaats in de kerkbanken, ook de bakker komt, de buren van vroeger, de directeur van de school waar de schoondochter juf is, de fotograaf die de foto’s maakte bij het 40-jarig huwelijk, de dochter van de schoonmaakster. Iedereen kent iedereen op Urk en niemand gaat hier zomaar even dood. Je plek in de gemeenschap wordt nog een keer gemarkeerd op je begrafenis in een stampvolle kerk.

Gedragen galmen de ervaren zangstemmen de oude psalmen en gezangen, het orgel beukend als een schip op de golven, meedeinend op de oneindige zee van alle zielen die al eerder zijn uitgevaren. Het onwrikbare geloof in een hemels hiernamaals als troost voor de achterblijvers die vol overgave zingen over een lichtstad met paarlen poorten.