Wendy verloor haar eerste baby

22/11/2014 Francisca Kramer Julie Blik

Differend, afscheid, uitvaart, Wendy Böhm

“Onze Jip was een prachtig mannetje van 3.200 gram met een enorme bos haar. Daar was hij, mijn oudste kind. Dat hij dood was, maakte het feit dat ik moeder was geworden niet minder. Frank en ik zeiden nog tegen elkaar: ‘Je ziet helemaal niet dat hij dood is’.

Het was een voorbeeldzwangerschap, geen vuiltje aan de lucht. Al die tijd was ik redelijk nuchter en relaxed geweest. Maar in mijn eenenveertigste week, op vrijdag na het eten, realiseerde ik me ineens dat ik de baby al een tijdje niet gevoeld had. Ik duwde op m’n buik, maar kreeg geen reactie, zoals ik gewend was. Ik belde de verloskundige om me gerust te laten stellen, maar in plaats daarvan zei zei: ‘Ik kom eraan.’

Om elf uur ’s avonds luisterde ze met de doptone. Ze kon geen hartslag vinden. Met de Maxi Cosi gingen we naar het ziekenhuis. Ik zou hoe dan ook gaan bevallen en natuurlijk hoopten we dat we straks thuis zouden komen met een gezonde baby. Maar de echo in het ziekenhuis liet onomwonden zien dat ons kindje niet meer leefde. Wat je dan voelt is niet te beschrijven. Er gaat van alles door je heen, variërend van ‘We moeten de familie bellen’, tot ‘Dit is onmogelijk, dit gebeurt ons niet.’

We waren in shock, daar kwam het op neer. Ik wilde meteen bevallen, maar de arts zei dat het beter was eerst een nachtje te gaan slapen. Mijn vriend Frank sliep bij me op de kamer en ik kreeg een slaappil. Terwijl ik de volgende ochtend aan de weeënopwekkers lag, las ik informatie door van de begrafenisondernemer. De volgende nacht werden de vliezen gebroken en de middag erna ben ik onder verdoving van een ruggenprik bevallen.

Engelen

Hoe verschrikkelijk de situatie ook was; er gebeurden ook mooie dingen. De sfeer na mijn bevalling was bijvoorbeeld heel sereen en met verpleegkundigen als engelen. Ze waren zo ontzettend lief. Met twee verpleegkundigen speciaal hebben we nog een tijd contact gehouden. Van een van hen zat de dienst er al op, maar ze zei: ‘Als de bevalling begint, kom ik weer’. En ze was er. Ze maakte afdrukken van Jips handjes, knipte een plukje haar af en maakte daar een heel mooi boekje van.

Alleen onze directe familie heeft Jip even gezien en vastgehouden. Die nacht bleef Jip bij ons op de kamer, op een bedje van ijs. De volgende ochtend sloeg de realiteit me hard in het gezicht: Jip was koud en stijf. Het was dus waar, onze baby was dood. Ik deed de gordijnen open en wat ik zag was regen en een bus die voorbij reed. ‘Hoe ga ik dit doen?’, dacht ik. Met een Maxi Cosi vol vuile was kwamen we weer thuis. Het begin van een zware periode. Mijn moeder was er gelukkig veel, zij zorgde voor ons, zorgde dat we aten en deed de was. Twee weken lang hebben we de gordijnen dichtgehouden en de wereld buitengesloten.

Hoe lang duurt dit?

Op 17 november 2004, drie dagen na zijn geboorte, is Jip gecremeerd. We konden het niet aan om bij het moment van crematie te zijn, dus hebben we Jip in het ziekenhuis in zijn mandje gelegd, in zijn mooiste kleertjes, met een knuffeltje en een briefje erbij. De begrafenisonderneemster heeft hem weggebracht. Daarna zijn we naar zee gereden en hebben daar heel lang samen naar de golven staan staren. Thuis luisterden we veel naar muziek, vooral naar Linger, van The Cranberries. Elk jaar vragen we het aan bij Serieus Request, als eerbetoon aan Jip. Ondertussen moesten we natuurlijk onze omgeving inlichten. We hebben een kaart gestuurd met een ster erop. ‘Dag lieve Jip, we hadden je zo graag beter leren kennen.’

Differend, afscheid, uitvaart, Wendy Böhm

‘Door hoe we beiden met het verdriet om Jip zijn omgegaan, is het respect voor elkaar gegroeid. Als je samen rock bottom bent gegaan, kun je daarna veel aan’

Wendy Böhm

Binnen twee maanden zat ik bij een psycholoog. ‘Hoelang duurt dit?’, wilde ik weten. Ik was zo down dat ik zelfs blij was met slaap; weer een paar uur voorbij.

Mijn leven bestaat heel duidelijk uit ‘ervoor’ en ‘erna’. Jip heeft me in die zin veel geleerd. Ik was een pleaser en heb noodgedwongen geleerd grenzen aan te geven en beter te luisteren naar mijn gevoel. Wil ik dit echt zelf? Is het ook goed voor mij? Ik denk niet dat dat me zonder Jip was gelukt.

Na Jips geboorte en crematie heb ik zes maanden thuis gezeten. Dat was echt nodig en gelukkig reageerde mijn werkgever heel begripvol. Die tijd had ik nodig om weer enigszins tot mezelf te komen en het verdriet te verwerken.

Na twee miskramen was ik na ruim een jaar weer zwanger. Via een vriendin die gynaecologe is, deed ik mee aan een onderzoek van het academisch ziekenhuis in Leiden, waarbij je zwangerschap heel goed gemonitord wordt en de dikte van je bloed wordt gecontroleerd – een mogelijke oorzaak van het overlijden van kindjes in de buik. Natuurlijk deed ik mijn best om relaxed te zijn, maar dat was ontzettend moeilijk. Ik mocht gelukkig zo vaak komen als ik wilde en tegen het eind kwam ik om de dag. Met 38 weken ben ik ingeleid. Een gewone bevalling, maar het lukte me niet om los te laten. Het was een enorm heftige ervaring; mijn basisvertrouwen was weg en ik was gewoon hartstikke bang dat ook dit kindje dood zou gaan.

Maar precies twee jaar na de crematie van Jip werd onze dochter Lois geboren, levend en wel. Een prachtig meisje. Weer een jaar later kwam haar broer Ties. Natuurlijk weten ze van Jip. Elk jaar gaan we op zijn verjaardag iets leuks doen, naar de Efteling bijvoorbeeld en vorig jaar zijn we naar Londen geweest. Jips as staat in onze slaapkamer, met zijn foto erbij. We doen er niet al te ingewikkeld over; hij is gewoon onze oudste.

Dichter bij elkaar

Frank en ik zijn door Jips dood dichter bij elkaar gekomen. Een groot geluk, omdat veel stellen elkaar juist kwijtraken na het overlijden van een kind. Wat onze mazzel misschien is geweest, is dat we voordat ik zwanger raakte van Jip een tijdje uit elkaar zijn geweest, een periode waarin we de dingen die niet goed zaten hebben opgeruimd. Door hoe we beiden met het verdriet om Jip zijn omgegaan, is het respect voor elkaar gegroeid. Als je samen rock bottom bent gegaan, kun je daarna veel aan.

De gesprekken met de psycholoog hebben mij ook veel opgeleverd. In totaal ben ik daar driekwart jaar geweest. Nee, ik had er lang niet altijd zin in, ik wilde niet praten. Maar het is een vallen-en-opstaan-proces wat ik niet had willen missen. Waar ik achter kwam, is dat ik bang was voor het verdriet. Ik had nog nooit iemand verloren. Ik durfde het verdriet niet goed toe te laten, wilde het gewoon niet. Maar juist dat is de enige manier.

Sinds Jips dood zit er geregeld een roodborstje in de tuin. Misschien is het onzin, maar voor mij staat dat vogeltje symbool voor Jip. Soms zit hij daar en kijkt me aan en dan denk ik: ‘Ah, daar is hij weer’.