‘Ze stimuleerde mij om mezelf te worden’

18/08/2016 Francisca Kramer Julie Blik

Differend, afscheid, uitvaart, Bertina Kramer

Ze is afgestudeerd aan de kunstacademie, filmmaker en happy single in Utrecht. Ze is ook de oudste dochter van een Urker vissersgezin met negen kinderen. Ruim anderhalf jaar geleden overleed Bertina’s moeder aan borstkanker. Ze was nog maar 47. Haar jongste kind, Bertina’s broertje, was 8.

Bertina Kramer (27) heeft opvallend lichtblauwe ogen. Ogen die vaak twinkelen als ze grinnikt. Haar krullen omlijsten een prachtig gezicht en als ze vertelt over haar moeder kijkt ze vaak omhoog, alsof ze ergens in een hoekje van haar geest het beeld van haar moeder oproept. Op de omlijsting van haar bed staat een prachtige zwart-wit foto van haar ouders, Tromp en Nellie, waarop ze onbezorgd en gelukkig de camera in kijken.

Inmiddels is het anders. Haar vader is kwetsbaar geworden door de ziekte en dood van zijn vrouw. Zijn leven als visser op een noordzeekotter samen met zijn broers heeft hij vaarwel gezegd. Inmiddels werkt hij bij een detacheringsbureau, wat inhoudt dat hij hele dagen op kantoor vertoeft maar ook thuis kan zijn voor zijn gezin. Behalve Bertina en zus Maaike, die getrouwd en net bevallen van haar eerste kindje is, woont iedereen nog thuis. Eén broer is in de voetsporen van zijn vader getreden en visserman geworden, hij is alleen in het weekend thuis.

Opschrijfboekje

“Het begon na de geboorte van mijn jongste broertje Teunis David”, vertelt Bertina. Mijn moeder gaf borstvoeding en op een dag stond ik bij haar in de badkamer en zei ze: ‘Ik voel een bobbeltje, voel jij ook eens’. Maar ik zei: ‘Ga maar naar de dokter’. Haar antwoord: ‘Nee hoor, dat doe ik niet, stel je voor wat eruit komt.’ Dat had ze natuurlijk wel moeten doen, want uiteindelijk kon ze er niet meer omheen.

Het was kanker en ze ging een zwaar behandeltraject in. Haar borst werd geamputeerd, ze werd bestraald en kreeg chemotherapie. Toen de eerste twee behandelingen niet aansloegen, kregen we de mededeling dat er nog één behandeling gedaan kon worden. Mijn broertje was inmiddels 7. Weer bestraling en chemo en toen was het afwachten hoe haar lichaam zou reageren. Ondertussen onderging ze nog hyperthermie in Amsterdam, een soort warmtetherapie. Ik studeerde dat jaar af. Ze was bij mijn diploma-uitreiking en samen met haar en de drie oudste zussen zijn we nog een weekend weggeweest.

Vlak daarna was de scan. Mijn vader was op zee en dus ging ik mee voor de uitslag. Ik had een boekje bij me om alles op te schrijven. We wisten: het is óf goed óf fout. En als het fout zou zijn, was het einde verhaal. ‘Trek je dat wel?’, vroeg mijn moeder. ‘Ja natuurlijk’, antwoordde ik. En terwijl de 3d-scan op het scherm verscheen dacht ik: wat ziet dat er vet uit, al die kleuren. Maar overal lichtte het rood op en dat betekende dat haar hele romp onder de kanker zat. Terwijl de dokter zei dat ze niks meer konden doen, richtte ik me op het verslag en bleef schrijven. Mijn moeder reageerde heel kalm. Ze had het allang aan haar lichaam gevoeld en wist: dit ga ik niet overleven. Wij zeiden dan steeds: doe niet zo negatief. Hoe het gesprek werd afgerond weet ik niet meer. Ik was tot dat moment in elk geval stug blijven doorschrijven. Maar toen we de kamer uitliepen, gebeurde er iets heel raars. Iets leek het over te nemen. Ik schreeuwde en huilde tegelijk, een oergevoel wat ik niet van mezelf kende.

Alhoewel dat moment onontkoombaar was, ging ik daarna toch weer in de afstandmodus. Mijn moeder werd snel zieker, maar toch dachten we met z’n allen: zij blijft gewoon voor eeuwig ziek op bed liggen. Tot ik op een dag voelde: ik moet naar huis. De verpleegkundige die het proces thuis begeleidde, sprak me aan. ‘Bertina, je moeder gaat nu echt gauw overlijden. Het duurt nog maximaal twee weken’. Toen ben ik niet meer weggegaan.

Ouderlingen

De begrafenis was bizar. Mijn moeder had me gevraagd of ik een lied wilde zingen in de kerk, maar de kerkenraad besloot dat dat niet mocht. Elke dag kwamen er ouderlingen die ik niet kende om te bidden en uit de bijbel te lezen. Veel mensen zeiden: ‘Je moeder is nu bij God, in de hemel’. Ik kon daar toen niks mee, vond het zelfs ongepast. Het voelde als een middel om je verdriet weg te nemen. Maar dat wilde ik helemaal niet. Mijn moeder was dood, ik was vet verdrietig en dat wílde ik ook zijn.”

Differend, afscheid, uitvaart, Bertina Kramer

Als ik een droom had, zei ze: ‘Toe maar, doe het’

Bertina Kramer

Tegelijkertijd ervoer Bertina de kracht van de gemeenschap. “Urk is op zo’n moment de beste plek. De warmte die je ontvangt na het overlijden van een familielid is ongelofelijk. Er wordt enorm goed voor je gezorgd. Je hoeft niks te doen, iedereen is lief voor je en elke dag staat er vanuit het niets een warme maaltijd op tafel.”

Door het overlijden van hun moeder veranderde de onderlinge band in het gezin. “Voordat onze moeder ziek werd praatten we niet zo over onze gevoelens. Maar vooral in die laatste periode vielen alle reserves weg en zijn we heel close geworden. Ik ben enorm trots op ons gezin. Iedereen doet zijn best een bijdrage te leveren. Mijn stoere broertje die visser is nam ons mee uit eten. Ik vroeg waarom. ‘Omdat ik van jullie hou’, was het antwoord. Twee jaar geleden was dat nooit uit zijn mond gekomen.”

Totaal anders

Het leven van Bertina’s moeder was totaal anders dan het leven dat Bertina nu zelf leidt. Bertina: “Ze kwam uit een heel streng gelovig gezin waar alle vrouwen lange rokken droegen. Ze had alleen de basisschool gedaan, was nooit op reis geweest en las geen krant. Haar eigen moeder was al overleden toen ze zestien was. Ze leefde volledig naar de wensen van anderen.”

Gevraagd naar de band die Bertina met haar moeder had, moet ze weer lachen. “We leken totaal niet op elkaar. Ik lijk meer op mijn vader. We hadden dan ook vaak ruzie. Maar ze was ook een topmoeder. Echt een moeder die je nam zoals je was en nooit de verwachting had dat je zou veranderen. Als ik in een dip zat, beurde ze me op. ‘Je kunt het wel, je hebt wél talent’, zei ze dan. Ze liet me vrij en stimuleerde mij om mezelf te worden. Als ik een droom had, zei ze: ‘Toe maar, doe het’. Ze was heel tactisch.”

Toen Bertina’s moeder ziek werd, veranderde ze. “Ze liet het traditionele los. Het boeide haar niet meer bij welke kerk iemand hoorde. Ook begon ze meer voor zichzelf op te komen. Haar gevoelskant ontwikkelde zich sterk. Ze had sowieso lange antennes waarmee ze precies aanvoelde hoe het met iemand ging. Ze werd zich ook meer bewust van zichzelf en de rol die zij innam. ‘Wie wil ik zijn voor de mensen om me heen en wie wil ik nog spreken, wat wil ik hen meegeven?’, waren vragen waar ze in de laatste periode van haar leven veel mee bezig was.”

Op de vraag welke eigenschappen Bertina graag van haar moeder zou willen integreren in haar eigen leven, antwoordt ze: “Haar acceptatie van mensen. Waar mijn moeder heel toegankelijk was, ben ik superkritisch.” Spottend: “Ik weet wel hoe het leven geleefd moet worden en hoe anderen hun leven kunnen verbeteren… Zij nam mensen zoals ze waren en zichzelf trouwens ook. Ik ben benieuwd of ik dat zou kunnen ontwikkelen. Ik ben altijd aan het nadenken over hoe ik mezelf kan verbeteren. Zij had daar lak aan en straalde uit als ze bij de bakker stond: ‘Dit ben ik. Ik heb niet gestudeerd, ik heb 9 kinderen gekregen, ik ben kaal en heb geen zin in een hoofddoek. Zonder schroom leefde ze haar laatste jaren.”

Afscheidsbrief

Inmiddels is haar moeder anderhalf jaar dood. Drie maanden bleef Bertina na de begrafenis nog thuis. “Dat werkte niet, ik was al te lang op mezelf.” Haar zus Gerdien was toen 22 en had een part-time baan in de gehandicaptenzorg waardoor ze veel thuis kon zijn. En de vele tantes sprongen bij waar ze maar konden. Met haar jongste broertje gaat het op het oog goed. “Maar het kan niet anders of hij moet onze moeder verschrikkelijk missen. Hij was zo’n moederskindje. Hij wil er niet over praten, maar twee maanden geleden vroeg hij me of ik zijn brief wilde voorlezen. Dat was wel een moment, zittend op zijn bed, met de afscheidsbrief die zij had geschreven voor haar jongste kind.”